Om 9u30 had ik een afspraak in Saint-Raphaël en nadien besloot ik een ommetje te maken langs het strand. De prullariawinkels, gelateria's en pizzatenten op de dijk hadden hun rolluiken neergelaten: Congé annuel. Alleen de bakkerij en de presse-tabac waren open. Op het terras van de krantenboer zaten enkele bejaarden koffie te drinken.
Toen ik de auto had geparkeerd, liep ik naar het water. Als ik aan zee ben, dan moet ik aan het water voelen, zo simpel is het. Op het zand waren alleen afdrukken van meeuwenpootjes te zien. De zee rolde aan. Ik hurkte neer, stak een vinger in het water, dan een hand. De zee was warm.
Toen ik me oprichtte, bleef mijn blik haken bij een rode rotspartij aan de horizon. In het midden rees een toren op, zo'n massieve toren met kantelen zoals middeleeuwse kastelen vaak hebben. Ik herkende Ile d'or, het eiland dat Hergé zou geïnspireerd hebben bij het album De zwarte rotsen. In dat album trekt Kuifje naar Schotland waar hij een bende valsemunters oprolt. Hij belandt op een spookachtig eiland dat wordt bewaakt door een boze gorilla.
Soms is de realiteit romanesker dan fictie, dacht ik terwijl ik terugkeerde naar de dijk. Ik haalde mijn boek uit mijn tas. Op de eerste bank zat een gepensioneerd echtpaar, maar de bank verder was nog vrij.
1 opmerking:
Leuk stukje, vooral die laatste zin, op het eerste gezicht onbelangrijk, maar hij geeft de echtheid van het alledaagse aan het verhaal.
Een reactie posten