We aten buiten, onder een lantaarn. De Provençaalse artisjokken waren een matig succes. Het hoofdgerecht compenseerde daarvoor. Er werd zelfs een fototoestel bovengehaald om de lasagne, een met spinazie en roquefort, de andere met ratatouille, te vereeuwigen. Ook de Parfum de Schistes van de wijnboer uit de Hérault kreeg veel bijval. De laatste culinaire ster van de avond was de Epoisses die Andres had meegebracht, een kaas die twee eeuwen geleden al door Brillat-Savarin werd uitgeroepen tot de "roi des fromages" maar in onze impasse nog onbekend was gebleven.
Bij de kaas vergat ik druiven te geven en aan het dessert kwamen we zelfs niet toe. We waren te druk aan het praten, even over de familie en de rest van de avond over de toestand in Venezuela.
We hoorden hoe de president erover waakt dat alleen onkundige mensen in de oppositie belanden. En dat negentig procent van de bevolking nu in de grote steden woont, vaak met drie generaties in een krot van één kamertje, maar dat al die mensen de allerlaatste mobiel hebben en een nieuwe auto. Want iedereen krijgt toegang tot goedkope autoleningen, maar boeren die een tractor nodig hebben kunnen die niet kopen wegens peperdure leningen.
Daarna ging het gesprek over de elektriciteitscrisis. Na een geschil tussen de Venezolaanse en Colombiaanse presidenten staakte Colombia de uitvoer van elektriciteit naar Venezuela. De verouderde centrales van Venezuela moesten plots op volle kracht draaien, maar omdat de turbines dat niet aankonden, werden stroomonderbrekingen ingevoerd. Twee uur 's morgens, twee uur 's middags. In Caracas had dit rampzalige gevolgen. Een andere politiek dan maar: de restaurants moesten hun stroomverbruik met 20 procent reduceren. Sommige slaagden daarin door uitsluitend waren voor de dag zelf aan te kopen, de ijskasten 's nachts uit het contact te trekken en de klanten minnelijk te woord te staan bij klachten over te weinig licht en een gebrek aan ventilatie in de zaal, maar voor veel zaken betekende dit het failliet.
Ik luisterde naar de vurige woorden van Andres en zag de gebalde vuisten van Beatriz en dacht aan het weinige nieuws dat ons uit Venezuela bereikte en dat meestal over pietluttigheden ging. De rest was stilte, zoals in de roman van Carla Guelfenbein.

In een mooie, beheerste stijl illustreert Guelfenbein hoe een gezin ontwricht raakt: als er geen reactie komt op een teder gebaar, als er valse verwachtingen leven, als de leefwereld van een kind niet wordt gerespecteerd. Kortom, altijd, door een onvermogen tot communicatie.
De rest is stilte is een roman waar je niet vrolijk van wordt, maar die je wel wakker schudt.
Datzelfde gevoel had ik toen ik naar Beatriz en Andres luisterde. Ze waren nu aan het vertellen dat Venezolanen in het buitenland hoogstens drieduizend dollar kunnen opnemen waarvan slechts vijfhonderd cash, en welke problemen dat geeft.
'Twee jaar geleden waren we op reis in Peru,' zei Beatriz. 'Buiten Lima kan je bijna nergens met een bankkaart betalen. We moesten een familielid vragen geld te sturen om ons uit de penarie te helpen.'
Ik liet de Epoisses opnieuw de tafel rondgaan. Iedereen nam nog een keer.
'Het zal pas echt slecht gaan met het land,' zei Andres, 'als de president af is. Dan pas zal duidelijk zijn hoe weinig van Venezuela is overgebleven.'
Een recensie van De rest is stilte van Carla Guelfenbein verscheen op 25 augustus in Uitgelezen, de boekenbijlage van De Morgen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten