Niet de schrijver, de lezer moet fantasie hebben.
(Harry Mulisch)

vrijdag 18 juni 2010

Noodweer



Het gaat goed met ons, dank u.
We leven, zijn in goede gezondheid, het huis staat niet onder water, we hebben elektriciteit, en de tuin die vorige week dor uitsloeg is nu bijna schreeuwerig groen.

Nieuws over de ramptoestanden die het noodweer in de Var heeft veroorzaakt kreeg ik per mail, van ongeruste vrienden en familieleden uit Noord-Europa.
Ik had de regen natuurlijk gehoord, overdag en 's nachts en de volgende dag weer. Terwijl het water maar bleef vallen, klonk af en toe vogelgefluit. Het was niet het opdringerige geschetter van de eksters die de tuin voortdurend proberen in te palmen, maar een zacht zangerig melodietje. Het leek alsof de bewuste vogel alleen durfde te fluiten wanneer hij dacht dat niemand hem hoorde en hoe harder het regende, hoe stoutmoediger hij werd en langer en luider hij zong.

Wat hij niet wist was dat ik, aan mijn schrijftafel, mijn activiteiten had gestaakt en aandachtig luisterde.
Ik dacht aan de uitspraak van E. (4) de dag voordien "ik ga een vogel worden" en besloot dat ik het in een volgend leven ook zou willen, zeker na het lezen van Histoire d'une mouette et du chat qui lui apprit à voler van Luis Sepúlveda, ook weer een vondst uit de kinderbibliotheek.

De meeuw, dat is Afortunada, wiens moeder in een olieplek terechtkwam maar het nog kon maken tot Hamburg om daar, op het balkon van een flat, een ei te leggen. Voor de moedermeeuw sterft, laat ze de kat van het huis, Zorba, beloven het ei uit te broeden en voor het jong te zorgen. Zorba mobiliseert alle katten van de haven van Hamburg om te helpen bij de opvoeding van Afortunada.
Histoire d'une mouette et du chat qui lui apprit à voler verscheen in 1996, vier jaar na De oude man die graag liefdesromans las, Sepúlveda's debuut dat hem internationale bekendheid gaf. Het is een ongewoon, poëtisch verhaal dat blijk geeft van het sociale en ecologische engagement van de Chileense auteur.

Vannacht heeft het opnieuw verschrikkelijk geregend.
Toen ik vanmorgen in het dorp was, zag ik een dode vogel op de straat liggen. Ik vroeg me af of de vrienden van de onbezorgde fluiter in onze tuin hem op de hoogte zouden brengen en hoe ze het zouden aanpakken om de opvoeding van de verweesde vogeljongen te organiseren.

Geen opmerkingen: