Niet de schrijver, de lezer moet fantasie hebben.
(Harry Mulisch)

vrijdag 1 oktober 2010

Missie



Zondagmorgen was ik in de tuin toen ik verder in de straat kinderkreten hoorde. Dat is een zeldzaamheid. De leeftijd van de buren schommelt tussen 65 en 103 jaar en kleinkinderen komen alleen in juli en augustus.
Ik posteerde me bij de schutting achter een cypres. Op de oprit van Rossignol zag ik twee auto's. Dat was ongewoon. Monsieur en madame Rossignol wonen in de stad. Ze komen drie keer per jaar naar hun plattelandshuis, blijven gemiddeld drie uur en maken in die drie uur voortdurend ruzie.
Het geroep dat nu uit de richting van Rossignol kwam, was van vrolijke aard. Van mijn plek achter de cypres zag ik drie kinderen, jongens, van ongeveer dezelfde leeftijd als de onze. Ze waren papieren vliegtuigjes aan het vouwen.

In de verte hoorde ik onze kinderen spelen. Ik glimlachte. Hun toekomst lag in mijn handen. Ik had een missie te vervullen: de kennismaking. Daarna konden ze hun gang gaan en boomhutten bouwen, vijanden overwinnen, schatten zoeken, voertuigen in elkaar knutselen. De formidabele Bende van Zes.
Ik zag ze later al terugblikken op die kindertijd. Misschien zou een van de zes er een boek over schrijven, in het genre van de de autobiografische reeks Souvenirs d'enfance van Marcel Pagnol. Ik kon onze oudste misschien een duwtje in de rug geven. Als ik volgende week in de bibliotheek het eerste deel meenam, La gloire de mon père? Hoe zou N.(7) stralen bij het lezen over de peripelen van de kleine Marcel in de Provençaalse heuvels!

De kinderen zaten onder de tuintafel. Ze waren verkleed als skelet, vleermuis en Spiderman.
'Heb je gezien dat er jongens zijn bij de buren?' vroeg ik.
Ik moest de vraag drie keer herhalen voor er reactie kwam.
'Wat is er met die jongens?' vroeg N.
'Ga kijken,' zei ik. 'Toon hen je schorpioenen.'
Hij was voor het idee te vinden op voorwaarde dat zijn broers meegingen.

Van een afstandje zag ik hoe ze bij de schutting gingen staan. Nadat E.(5) en I.(3) enkele keren heel luid hadden geroepen, doken de buurjongens op aan de afrastering van Rossignol.
'Ga weg, jullie,' zei de grootste.
'We hebben schorpioenen,' zei I. met zijn piepstemmetje.
'Ga weg,' herhaalde de jongen.
E. gehoorzaamde.
'Wat een dwaas skelet,' zei een van de drie, wijzend naar N. 'Heb je die domme baby Spiderman gezien?' vroeg een ander. Ze lachten hard en liepen weg.
De kleintjes kropen weer onder de tuintafel en N. ging naar binnen. Even later zag ik hem in de tuin met een boek. Hij droeg zijn gewone kleren.
Ik vond het skeletverkleedpak verfrommeld op de sofa.

1 opmerking:

Friso zei

Mooi verhaal. Vooral dat "wij hebben schorpioenen" als wanhopige poging van een 3-jarige om het tij te keren is fijn.
Gerwin