Gefronste
wenkbrauwen, een monkelend lachje, ongeloof… De titel van het essayboek van
Jannah Loontjens (1974) laat de literatuurliefhebber niet onberoerd. Wie is
deze schrijfster die durft te beweren dat haar leven mooier is dan literatuur?
Auteurs leven toch bij gratie van literatuur? Hun bestaan valt of staat toch
met boeken?

Wat is een sterk
begin van een boek? Hoe worden we getekend door wat we lezen? Waar komt de
groeiende drang tot schrijven vandaan? En wat is goede literatuur? Het is maar
een greep uit de vragen die de Nederlandse zich stelt. Ze zoekt verheldering in het werk van canonieke
auteurs zoals Proust, Kafka, Borges, Woolf en Faulkner – en geeft de lezer gaandeweg veel zin om de boeken van deze schrijvers
te (her)ontdekken –, maar slaat ook de brug
naar filosofen zoals Heidegger, Benjamin of Foucault. Aan de hand van films en
televisie zoals Oprah’s Book Club neemt ze het beeld dat we van schrijvers hebben
onder de loep.
Mijn leven is mooier dan literatuur draagt de ondertitel Een kleine
filosofie van het schrijverschap. Loontjens formuleert fijne bespiegelingen
en trakteert de lezer op prikkelende gedachtesprongetjes, maar soms wordt ze wat
langdradig. Ze verkent zijpaden, maakt omtrekkende bewegingen en valt daarbij
af en toe in herhaling. Dat haar boek eeuwig onaf is, geeft ze toe. Pasklare
antwoorden bestaan niet. Mijn leven is
mooier dan literatuur is een voorzichtig aftasten naar het wezen van iets
wat zich sowieso niet in een definitie laat vangen.
Mijn leven is mooier dan literatuur (Jannah Loontjens), Ambo/Anthos, 182 p.
Deze recensie verscheen op 5 september op cobra.be
Geen opmerkingen:
Een reactie posten