Niet de schrijver, de lezer moet fantasie hebben.
(Harry Mulisch)

maandag 3 september 2012

De regens



Met het einde van augustus kwamen de regens. Het begon met een stortbui van een kwartier, waarna de zon terugkeerde. 's Anderendaags bleek de temperatuur met enkele graden gedaald, wat de bewoners van het dorp verblijdde. De hitte, zo verzekerden zij, was de afgelopen drie weken ondraaglijk geweest. Boven de bergen stapelden grijze wolken zich op. We dachten dat ze zouden overwaaien, we verwachtten het, maar het gebeurde niet, tenminste niet onmiddellijk, we waren al drie dagen weer thuis toen het begon.

Vreemd genoeg waren de toeristen die bij onze terugkeer de streek nog overspoelden toen al vertrokken. Toen we de autosnelweg hadden verlaten en via de baan langs het meer naar het dorp reden, had het hoogseizoen geleken. Om de haverklap moesten we remmen voor mannen en vrouwen die gebukt onder standtassen en opblaasbare krokodillen en dolfijnen de straat overstaken, waarbij ze zonder gêne roodverbrand, weelderig vlees etaleerden.
Maar nu hadden al deze mensen hun verre woningen weer opgezocht. Op het parkeerterrein voor de supermarkt was opnieuw overal plaats en in de winkel zagen we schoolmoeders terug, gebruind en met een langer of korter, maar in elk geval nieuw kapsel.

De regens brachten andere activiteiten met zich mee.
Het zwembad van het buurdorp sloot voortijdig. De kinderen die nog lessen volgden, hadden de schoolslag onder de knie, dat gaven de moeders toe. Maar hoe de zonen en dochters elke dag aan zelfvertrouwen wonnen was fijn om te zien, hielden ze vol tegen de badmeester, die onbewogen knikte, al konden de blikken op zijn strakke buik hem niet ontgaan.
We plukten de pruimenbomen leeg voor het water de vruchten deed barsten en we maakten jam. We gingen naar de bibliotheek, hingen een kapstok op in de kinderkamer, kochten vijf paar sportschoenen en belden naar de vrienden die we sinds het begin van de schoolvakantie niet meer hadden gezien.

Het land dat maandenlang kurkdroog had gelegen kon de watermassa niet absorberen. Als de zon even tevoorschijn kwam, kon je in de tuinen ronde plassen zien schitteren.
Het zomerritme verdween vanzelf. We werden weer om zeven uur wakker, handelden administratieve telefoons af en maakten een planning op voor september. Het regende elke dag enkele uren, een gestage, lichte regen, die een mooi muziekje maakte om recensies bij te schrijven. Op mijn tafel lagen tien te bespreken boeken, die ik gelukkig zelf had mogen kiezen, waaronder veel Italiaanse auteurs.
Het eerste dat ik van de stapel pikte was Niemand overleeft alleen van Margaret Mazzantini. Het deed me denken aan Het diner van Herman Koch. Ook Mazzantini laat het verhaal spelen gedurende een avond op restaurant. Een man en een vrouw spreken af na hun scheiding. De bedoeling van het etentje is een zomerregeling vast te leggen voor de kinderen, maar daar komt niets van in huis. Ze zitten tegenover elkaar en vragen zich stilzwijgend af waar het mis is gegaan. De conversatie is stroef en pijnlijk.

Niemand overleeft alleen leest vlot en de geschiedenis van de mislukte relatie is herkenbaar, maar bij mij bleef het niet hangen. Ik vond het voorspelbaar en te geconstrueerd, op zich niet slecht geschreven, maar niet baanbrekend, niet vernieuwend, nergens origineel, noch qua stijl, noch qua aanpak. Dat sprak ik me allemaal in toen ik het punt onder mijn recensie zette. Mijn ogen vielen op een ander stapeltje boeken onder het raam, romans die ik in de vakantie had gelezen, van Truman Capote, Georges Perec, Adolfo Bioy Casares en Manuel Puig.
Daarna keek ik naar buiten. Het regende niet meer. Alleen uit de bomen vielen nog druppels.


Niemand overleeft alleen, Wereldbibliotheek, 174 p.
Een recensie leest u donderdag op cobra.be.

Geen opmerkingen: