Niet de schrijver, de lezer moet fantasie hebben.
(Harry Mulisch)

vrijdag 2 maart 2012

Met de maan als getuige



In de mediatheek van Cannes kwam sinds enkele maanden een zwerver, vernam ik van de bibliothecaresse.

'Mijn collega's en ik hebben hem een lidkaart gegeven. We hebben geprobeerd om hem romans te laten lezen. Zonder succes. Hij zit hier en leest af en toe een krant. Onlangs kwam iemand zeggen dat er in het toilet een man stond te plassen in de wastafels. Dat was hém. We konden de boel niet eens poetsen. De schoonmaakploeg was al vertrokken en hun producten zaten in een vergrendeld kamertje.'
Ze stopte om naar adem te happen. Haar kaken waren hoogrood.
'Hij is hier elke dag van tien uur tot sluitingstijd,' zei ze en ze ratelde verder, dat hij Aziatisch was en dat ze hem niets mochten verwijten want elke reactie leidde tot een polemiek, maar ik hoorde het niet meer, ik dacht aan een vastgoedmakelaar die ik ooit geïnterviewd had, een man met een klinkende Russische naam die al veertig jaar werkte in een van de topagentschappen op de Croisette en die huizen in exclusiviteit kreeg waar anderen alleen van konden dromen en zelf een wandelend archief was.
Het verhaal dat het meest tot mijn verbeelding sprak was dat van Villa La Mauresque op Saint-Jean-Cap Ferrat, de kaap naast Nice. Hij kende die villa uit z'n jeugd. In de vroege jaren zestig was hij er op bezoek geweest met z'n ouders bij William Somerset Maugham. De Britse schrijver had de villa in 1928 gekocht en ontving er illustere gasten zoals Winston Churchill en de Aga Khan. De vastgoedagent was toen nog een kind. Hij herinnerde zich Somerset Maugham als een stille oude man. Zijn dood, in 1965, was niet veraf. Ik probeerde te vissen naar het werk dat Somerset Maugham in La Mauresque schreef, maar daar wist hij helaas niets over.
In de jaren dertig was Somerset Maugham een van de meest productieve en best betaalde schrijvers van Groot-Brittannië. Hij had kortverhalenbundels, reisverhalen, verscheidene toneelstukken en meer dan tien romans op zijn naam staan, onder meer The Moon and Sixpence (1919) over Charles Strickland, een beursmakelaar in Londen die zijn gezin verlaat om zich aan de schilderkunst te wijden, eerst in Parijs, dan in Tahiti. De inspiratiebron voor dit personage was Paul Gauguin. Somerset Maugham reisde zelfs naar Tahiti om te zien hoe de schilder daar geleefd had. Hij kocht de muurschilderingen die Gauguin in zijn hut had gemaakt en bekleedde er het plafond van zijn werkkamer mee. Somerset Maugham schreef in de nok van La Mauresque, in een kamer die langs elke zijde zicht bood op zee maar waarvan hij de ramen had laten dichten omdat het water hem verstrooide. Had hij Cakes and Ale (1930) daar bedacht? En Up at the Villa en The Razor's Edge?
De vastgoedmakelaar vertelde nog meer, hij sprak over Picasso die hij had weten wonen in Villa La Californie en beschreef me domeinen op de miljardairskaap naast Cannes, Cap d'Antibes, villa's verborgen achter hoge gietijzeren poorten met tijgers in de tuin, muzikale fonteinen en zwembaden met zout en zoet water waar de eigenaars 's nachts naakt baadden met de maan als getuige.

De bibliothecaresse was stilgevallen en keek me verwachtingsvol maar nog altijd verontwaardigd aan.
'Kunnen we hem ongelijk geven?' zei ik met een armgebaar naar het met fresco's beschilderde plafond, de plankenvloeren, het stukwerk, de manshoge ramen die uitkeken op een gazon met exotisch struikgewas en koningspalmen, het nalatenschap van de familie de Rothschild die zich in 1880 in Cannes vestigde, en ik dacht aan de agent die zelf een luxueus appartement betrok op de Croisette en de sleutel had tot de mooiste domeinen van de Côte d'Azur en die me op het eind van het interview had toevertrouwd dat hij de krant het liefst hier kwam lezen, in de bibliotheek.

The Moon and Sixpence, Vintage Classics, 224 p.

Geen opmerkingen: