Niet de schrijver, de lezer moet fantasie hebben.
(Harry Mulisch)

maandag 31 december 2012

De Top Drie (15) van


Mark Cloostermans (1977) is sinds 2002 criticus van de Standaard der Letteren en schrijft ook voor andere culturele media. Gevreesd, gehaat, veracht, kortom: onafhankelijk. Auteur van De tak waarop wij zitten en Bloot zijn en beginnen: het oeuvre van Kristien Hemmerechts. Woont en werkt sinds 2009 in Barcelona.

Nr 1.

Ik ben wel eens bang dat de oordelen van een recensent voornamelijk bepaald worden door zijn karakterstructuur. Een schrijver mag dan technisch (stilistisch, narratologisch...) volleerd zijn – als zijn stem geen contact maakt met jouw leven, of als de auteur niet dwingend, niet sterk genoeg is om je de dingen door zijn ogen te laten zien, blijft het onmogelijk om enthousiasme te voelen. Misschien is het dus louter karakterstructuur dat mij doet zeggen: Christophe Vekeman heeft met Een uitzonderlijke vrouw een uitstekend boek geschreven. Door de toegenomen schoonheid van zijn taal, dreigde Vekeman in de hoek van de stilisten te verzeilen, en telkens hetzelfde verhaal te vertellen in een mooiere taal. Dit jaar oversteeg hij zichzelf. Gelukkig. Vekemans personages waren altijd al sterk in het “omredeneren” van de werkelijkheid. Ze piekerden over een probleem tot het een welkome uitdaging werd, een nederlaag tot het een overwinning leek. In vorige romans was dit “talent” een komisch detail, terwijl het nu center stage staat. In de loop van Een uitzonderlijke vrouw herdefinieert het hoofdpersonage Gwen zichzelf keer op keer: psycho-analytica, mystica, cocktease... Telkens denkt ze haar plaats in de wereld te hebben gevonden, telkens maakt ze zichzelf wijs gelukkig te zijn, maar de harde werkelijkheid laat zich niet permanent negeren. Gwen eindigt keer op keer met de neus op de feiten: het was allemaal zelfbedrog. Wie graaft in zichzelf, kan alleen maar waanwijsheid vinden.

Nr 2.

Een uitzonderlijke vrouw is een donkere komedie over de gekmakende onwetendheid die wij kennen als la condition humaine. Het viel me pas recent op dat mijn àndere favoriete boek van 2012, Annelies Verbekes verhalenbundel Veronderstellingen, ook gaat over onkenbaarheden. Twee zeer verschillende auteurs (het gesofisticeerde spektakel van Vekemans hypergeconstrueerde en toch luchtige zinnen, tegenover Verbekes laconieke, enigszins afgebeten stijl), maar qua wereldbeeld niet zo enorm verschillend. Ik vreesde het al: ’t is allemaal karakterstructuur, meneer. (Hier leest u meer over Veronderstellingen.)

Nr 3.

Ten slotte twee boeken die mee mogen van 2012 naar 2013.
Ten eerste: De ongelukkige van Louis Couperus, een grootse tragedie over de laatste Moorse heerser van Spanje. Eerder schreef ik een reisreportage “in het voetspoor van Louis Couperus”, aangezien De ongelukkige voortvloeide uit Couperus’ reis door Spanje, nu een eeuw geleden. In die reportage suggereerde ik een heruitgave van De ongelukkige – en omdat we in 2013 Couperus’ honderdvijftigste geboortedag vieren, brengt L.J. Veen een nieuwe uitgave van De ongelukkige op de markt. Met als extraatjes het kortverhaal De dood van de Dappere (dat Couperus schreef als aanvulling op zijn roman) en een nawoord van mij. Reserveert heden uw exemplaar.
Ten tweede, geen boek maar een auteur die dringend heropgevist moet worden. In het Engels wordt zijn werk nog regelmatig “herverpakt”: het homodrama Giovanni’s room verscheen in de reeks Great loves van Penguin, zijn vroege werk en zijn essays maken deel uit van de prestigieuze Library of America. Maar in het Nederlands is het werk van James Baldwin, één van de grootste zwart-Amerikaanse schrijvers, niet meer verkrijgbaar. Baldwin schrijft over racisme (écht, moordend racisme, niet een paspoortcontrole in Molenbeek), over godsdienstfanatisme (voornamelijk onder christelijke zwarten) en seksuele taboes. Hij brengt die thema’s echter terug tot conflicten tussen familieleden en ín de personages zelf. Baldwin grijpt me altijd weer naar de keel omwille van de enorme emotionaliteit, de bitterheid en haat die hij in een zeer precaire balans houdt met de muzikaliteit en power van zijn stijl. Baldwin heeft dringend een revival nodig. Hij stierf vijfentwintig jaar geleden: laten we dat maar eens herdenken. Another country verscheen in 1962: vijftig jaar! De Bezige Bij heeft nog ergens de vertalingen van Go tell it on the mountain en van Another country in de archieven liggen. Misschien iets voor heruitgave in hun Ulysses-reeks?

zondag 30 december 2012

De Top Drie (14) van


Michaël Van Dorpe (1982) schrijft confidentiële notaatjes over het Eurosysteem, financiële regelgeving en bankentoezicht, en gaat elke dag op tijd slapen.

Nr 1

The emperor of all maladies - a biography of cancer van Siddhartha Mukherjee won vorig jaar een Pulitzerprijs, en boekenprijzen zijn, net als eindejaarslijstjes, vaak de aanleiding om te lezen wat ik anders niet zou lezen. In dit fascinerend overzicht van de eeuwenoude zoektocht naar behandelingen en verklaringen voor de keizer aller ziektes, blijven vooral de vele mislukkingen bij, de wisselende modegrillen en het bedrog, maar ook de wetenschappelijke doorbraken leveren een goed verhaal op.


Nr 2

The Martian Chronicles van Ray Bradbury deed mij terugdenken aan Als op een winternacht een reiziger van Italo Calvino. Kort, origineel, verrassend en sfeervol: zo hebben we het graag. Ironisch dat ik het vergeelde exemplaar van The Martian Chronicles met vermelding "THE WORLD'S GREATEST LIVING WRITER OF SCIENCE FICTION" pas heb ontdekt na zijn overlijden in juni van dit jaar. Toen verscheen in The Economist een 'obituary' in de vorm van een pastiche.


Nr 3

De mooiste knuffelverhalen voor een heerlijk troetelmoment samen (Marlis Scharff-Kniemeyer) : de titel doet het misschien niet vermoeden, maar dit dikbladig beeldverhaal presenteert zonder verdoezelen de menselijke zonde, en hoe die zonder omwegen leidt tot pijn... Een schattig antropomorf beertje eet te veel versgebakken koekjes, en krijgt buikpijn! Een 'cautionary tale' voor ons allemaal in deze kerstperiode? (Of zoals onze éénjarige zou zeggen bij het doorbladeren van dit favoriete boekje: "koek!".)

zaterdag 29 december 2012

De Top Drie (13) van


Eva Berghmans (1975) werkt voor De Bezige Bij Antwerpen, waar ze talent ontdekt en begeleidt, en schrijft tweewekelijks een column voor de krant De Standaard. Moet zich heel erg inhouden om hier geen boeken uit haar eigen stal te noemen, maar gelukkig is er ook daarbuiten veel wonderlijks te lezen.

Nr 1.

Open City van de Nigeriaans-Amerikaanse schrijver Teju Cole is zo’n boek waarvan samengevat weinig overblijft (man-wandelt-door-de-stad-en-praat-met-mensen), maar dat intrigeert van begin tot einde. Je loopt mee met een jonge Nigeriaans-Duitse psychiater, die zijn sluimerende depressie bestrijdt met lange wandelingen door New York, en later door Brussel, waar hij zijn grootmoeder gaat zoeken. Het is een intelligent en innemend boek, fijnzinnig geschreven ook, vol bedenkingen over wat we gemeenzaam de vragen des levens noemen. 


Nr 2.

Honger van Knut Hamsun, een boek uit 1890, maar nog altijd tintelend van het leven. Ik vind Hamsun een geweldig schrijver, maar lees zijn werk met mondjesmaat. Het is te heftig om twee van zijn boeken na elkaar te lezen. In Honger dolen we mee met een jonge man door Oslo (aha, een rode draad in mijn eindejaarslijstje: dolende mannen). Hij wil schrijven, maar raakt maar met moeite af en toe aan een karige journalistieke opdracht. Alweer: een verhaal van niets, maar Hamsun is een hypnotiserend schrijver. Er is iets met zijn stijl dat zijn boek koortsig maakt, en zijn wanhoop prangend. Nergens wordt duidelijk of de aspirant-schrijver geniaal of gek is, je zit helemaal mee in dat arme hoofd. Honger is een bikkelhard boek, van een nietsontziende scherpte en eerlijkheid. De Karl Ove Knausgard van zijn tijd, zou je kunnen zeggen (aha, en daarmee heb ik hem toch ook in dit lijstje). 


Nr 3.

En als we het dan toch over harde, eerlijke boeken hebben: leg er Why be happy if you could be normal maar naast (die titel alleen al!). Jeanette Winterson gaat hierin onverhuld autobiografisch – het is de non-fictieve pendant van haar Oranges are not the only fruit. Ze brengt verslag uit van haar jeugd in de godsdienstwaanzin van haar adoptieouders, van de drama’s als ze lesbisch blijkt te zijn, van haar zoektocht naar haar biologische moeder, van haar onvermogen in relaties. Bij het begin van het boek leek het me niet zo’n goed idee om dit verhaal nu ook eens naakt op te schrijven, leek de roman Oranges me toch de sterkere versie, maar gaandeweg had Winterson me ook dit keer helemaal mee, tot woede en tranen toe.