Niet de schrijver, de lezer moet fantasie hebben.
(Harry Mulisch)

woensdag 7 juli 2010

Geen Tijd voor Gezang (Gustaaf Peek)

pas·ti·che [pastiesj(e)] de; m -s werkstuk in nabootsende stijl

Deel Een

Gerritsfles was de beste plek voor forel. Het lag te ver van de weg en te dicht bij een militair oefenterrein. Prikkeldraad heeft dat effect. Niemand wil meer zijn schoenen vies maken voor forel of een kogel in zijn rug.
Dit vertelde een stiefvader me. Hij zat in zijn stoel bij het raam met zijn fles naast hem op een lage tafel en na elke slok zat hij achterover en vertelde hij over de beste plekken voor forel. Hij had er veel gezien. Als jongeman had hij rondgereisd, voordat hij zijn stoel vond bij het raam in ons huis.
Maar Gerritsfles was de beste plek, want de geheimste (te ver, kogel in de rug, etc.). Hij beschreef het water en het uitzicht en het was alsof iemand kristal in zijn glas had gegoten, zijn mond blonk na elk woord.
Ik had een fiets en ik reed naar de plek waar de weg ophield als een koude wintermaand en ik stapte af en ik dacht aan forel en met de fiets aan de hand passeerde ik de eerste bomen.
Het werd donker en daarna weer licht. Ik zag riet en dacht dat ik er al was. Mijn schoenen waren schoner gebleven dan ik had verwacht. Maar het was riet van een moeras, mijn hengel bleef in de zak over mijn schouder.
Ik stuitte op het prikkeldraad. Het hing in meerdere draden aan palen als de lege notenbalken van een vergeten lied. Ik zette mijn fiets tegen een boom. Een bord waarschuwde dat indringers een boete zouden krijgen. Ik had iets gruwelijkers verwacht, tekeningen van opengereten buiken, losse ingewanden, dat soort dingen kon ik me toen voorstellen.
De draden zat los genoeg, ik hield ze uit elkaar als rode gordijnen en als een goochelaar verscheen ik in het verboden gebied. Ik keek om naar mijn fiets. Ik twijfelde of vissers dieven waren.
Het werd menens nu. Ik waagde mijn leven voor forel. Mijn hengel kreeg het gewicht van een geweer. De grond was drassig, ik maakte afdrukken duidelijk genoeg voor Robinson Crusoe.
De ochtend was voorbijgegleden als een lange zucht in een nonnenklooster, maar ik had nog geen water gevonden.
Ik hoorde gefluit. Het was Forel Vissen in Nederland. Hij zat achter wat riet aan de oever van een ven. Hij viste zonder dobber. Het water was helder, de begroeiing op de bodem leek op een wiegende stapel gezonken jurken. Forel Vissen in Nederland droeg een helm en een legerjack. Hij zei dat hij alleen maar viste voor de gezelligheid. Hij zei dat hij het jammer vond dat het geen oorlog meer was. Hij miste het gezang.
Er zwom geen forel in het ven. Mijn hengel leek minder zwaar, hij voelde nu meer als een viool of gitaar. Maar ik speelde geen van beide instrumenten, dus gaf ik mijn boterhammen aan Forel Vissen in Nederland en nam ik afscheid. Hij vroeg wat er op de boterhammen zat.
“Mayonaise”, antwoordde ik.

Gustaaf Peek (1975) is fotograaf, schrijver en redactielid van het literair tijdschrift De Revisor. Hij debuteerde in 2006 met Armin en bracht in 2008 zijn tweede boek Dover uit. Over Dover schreef Pieter Steinz in NRC Boeken: "In zijn roman over de hel van het illegalenleven geeft Gustaaf Peek de onzichtbaren een stem. Met overdonderend resultaat."

Wie pasticheert Gustaaf? Uw reactie graag hieronder.

13 opmerkingen:

Peter zei

Wilde gok: Hemingway?

Gustaaf zei

Helaas. Maar het is wel een schrijver die door Hemingway is beïnvloed.

Jan zei

Brautigam.

Ricus zei

...James Joyce...

Gustaaf zei

Hemingway schijnt Joyce nog eens op zijn rug de trap op te hebben gedragen. De oudere, bijna blinde schrijver was laveloos en jonge fan Hemingway bood hem toen zijn brede schouders aan.

Gustaaf zei

Joyce is overigens niet goed. En Jan, Brautigam is een pianist (http://nl.wikipedia.org/wiki/Ronald_Brautigam)

Annick Vandorpe zei

Zou het Jan van Mersbergen kunnen zijn?

Achille van den Branden zei

Moeten we naar Amerika toe?

Twee namen: Tobias Wolff en David Sedaris.

Marieke zei

Het is al met al toch een behoorlijk ingewikkeld spelletje, dat pastiche-raaien.

Jan zei

Tikfout en dat is het nog een pianist ook. Maak een N van die laatste letter.

Annick Vandorpe zei

Ja Jan, niet jij maar Brautigan, van Trout Fishing in America. En gelukkig maar van die tikfout, anders was het te snel voorbij.

Gustaaf zei

Jan, koning, wat heb je van Brautigan gelezen? Richard Brautigan (1935-1984) is nog altijd een unsung hero van de Amerikaanse letteren. Schrijver, dichter, en forelvisser. Mijn afstudeerscriptie ging over zijn romans. Te werken in zijn stijl voelde als een warm weerzien met een oude vriend.

Jan zei

Forelvissen natuurlijk. Freaky.