Niet de schrijver, de lezer moet fantasie hebben.
(Harry Mulisch)

dinsdag 10 november 2009

Twee levens in de Lichtstad



In onze impasse waar na acht uur 's avonds alleen het occasionele kattengehuil nog de stilte verstoort, is het leven in de grootstad met zijn lichtreclames, theater, foto-exposities, kunstgalerijen, modeshows, koffiebars, vintage-boetieken en internationale boekhandels een ver-van-ons-bed-show. De enige lichtreclame in het dorp is die van de Bar du Clos; het verkeer beperkt zich tot renaults en peugeots in alle staten van ontbinding - akkoord, heel soms passeert er een limousine, bijvoorbeeld als Rod Stewart met vrouw, zoon en leger lijfwachten iets komt drinken op de Place (jawel, uw dienaar nuttigde die dag toevallig een grand crème aan een buurtafel); als mij de drang overvalt een boek te kopen, kan ik terecht in onze presse-tabac waar er behalve een keur aan receptenboeken en thrillers over paddestoelenjachten ook wel eens een Goncourt-winnaar wordt geëtaleerd, als ik geluk heb.

In zo'n omgeving, begrijpt u, wordt wel eens naar de grootstad verlangd.
Het was dan ook met veel goesting dat ik Les heures souterraines van Delphine de Vigan ter hand nam, een roman die zich afspeelt in de Lichtstad en overigens ook genomineerd werd voor de Prix Goncourt - nee, ik kocht het boek niet onze presse-tabac.
Thibault, een dokter bij SOS Médecins, heeft net zijn vriendinnetje Lila buitengebonjourd omdat hij vermoedt dat zij niet van hem houdt. Mathilde, een weduwe met drie kinderen, bekleedt al acht jaar een hoge functie in een cosmeticabedrijf, maar wordt sedert negen maanden door haar baas gepest. We volgen beide personages op één dag, 20 mei. Een waarzegster heeft Mathilde voorspeld dat haar leven dan zal veranderen. Terwijl Thibault zich van de ene naar de andere urgentie spoedt en ondertussen angstvallig zijn mobieltje in het oog houdt in afwachting van een bericht van Lila, volgen we Mathilde op de metro en de RER naar haar kantoor.
De verhaallijnen scheren soms rakelings naast elkaar heen, bijvoorbeeld als Mathilde op de metro een vrouw bijstaat die een toeval krijgt en Thibault wordt opgebiept om die vrouw te onderzoeken. Meer dan wat ook voelen we de eenzaamheid van de personages. Thibault en Mathilde zijn allebei de geestelijke uitputting nabij. Toch is er ook verwachting, hoop op verandering. Zal Lila Thibault bellen en hem haar liefde declareren? Zal Mathilde naar een andere afdeling in het bedrijf verplaatst worden? Of, misschien, zullen Thibault en Mathilde elkaar ontmoeten, elkaar vinden?
Dat laat ik u zelf ontdekken. Ik las het boek in de zetel voor het haardvuur in onze stille straat. En besefte dat het goed is om af en toe een bezoek aan de grootstad te brengen, maar afgezien daarvan? Laat het maar een ver-van-mijn-bed-show blijven
.

maandag 9 november 2009

Een monument



Deze dagen regent het in mijn contreien literaire prijzen. Vorige week ging de Prix Goncourt naar Marie NDiaye (Trois femmes puissantes), de Prix Renaudot naar Frédéric Beigbeder (Un roman français), de Prix Médicis naar Dany Laferrière (L'Enigme du retour) en vandaag zullen we weten welke auteur de Prix Femina ontvangt.
In het hoge noorden zijn de Gouden Uil en de Libris Literatuurprijs al toebedeeld. De AKO-Literatuurprijs blijft nog over. Op de shortlist, pardon "toplijst" heet dat nu officieel, prijken Lelystad (Joris van Casteren), Alles nieuw (Joke Van Leeuwen), Godenslaap (Erwin Mortier), De terugkeer van Lupe Garcia (Carolina Trujillo), Via Capello 23 (Christiaan Weijts) en Caesarion (Tommy Wieringa). Morgen valt het oordeel.

Ik heb maar een van de zes kanshebbers gelezen. Het is een atypisch boek. Niet eigentijds. Niet snel. Geen korte zinnetjes. Geen vermakelijk toontje. De verteller is een hoogbejaarde vrouw. Vanuit haar bed blikt ze terug op haar leven. Helena stamt uit de oude bourgeoisie. Haar vader was een welstellende handelaar, haar moeder een mooie Waalse. Al haar naasten zijn allang gestorven; ze heeft alleen nog Rachida, de trouwe Marokkaanse verzorgster. Terwijl Rachida zich bekommert om het huishouden, schrijft Helena in kleine aantekenboekjes haar herinneringen neer aan de Eerste Wereldoorlog. Ze woonde toen met haar moeder en broer op een landgoed in Frankrijk. In die jaren, terwijl de oorlog in al zijn verschrikkingen woedde, leerde Helena de liefde van haar leven kennen.

Toen ik Godenslaap van Erwin Mortier las, dit voorjaar, was het ongeloof me soms nabij. Godenslaap is niet zomaar een boek, maar een monument: het is geschiedsschrijving, poëzie én verhalend proza van het allerhoogste niveau. Als er in ons taalgebied een schrijver is die excelleert in l'art du mot juste, dan is het wel Erwin Mortier. Altijd weet hij precies dat ene goede woord op te dissen, dat volmaakte beeld te creëren. Als geen ander kan hij het ongezegde in woorden vatten. Een boek van dit kaliber verschijnt zelden in ons taalgebied. Jawel, zelfs zonder de mededingers te hebben gelezen, weet ik het wel: Godenslaap verdient de AKO Literatuurprijs.

maandag 2 november 2009

Indian summer



Deze week verlaat ik de boekenwereld even om me te bekommeren om de realiteit. Die ziet er zo uit:


Wie de aandrang voelt om van de Indian summer aan de Côte d'Azur te komen genieten (jawel, deze foto dateert van 29 oktober) en graag een hapje geschiedenis tot zich neemt, kan ik de boekwerken van Raoul Mille aanraden. Deze ex-journalist van Nice-Matin, wiens hand ik overigens onlangs mocht schudden in Mouans-Sartoux, heeft uren doorgebracht in de stoffige archieven van Nice en Cannes. De sappige anekdotes die hieruit mochten resulteren, heeft hij gebundeld in de reeks Ma Riviera. U leest er over Auguste Escoffier en het ware verhaal van de Pêche Melba - de kok van de koningen en de koning van de koks werd namelijk geboren in Villeneuve-Loubet en daar is zijn geboortehuis vandaag te bezichtigen - over Francis en Zelda Scott Fitzgerald en les années folles op Cap d'Antibes, over het romaneske leven van Louis-Raphaël Bischoffsheim die het observatorium van Nice liet bouwen waarvan de koepel een ontwerp is van Gustave Eiffel, over de tragische dood van de danseres Isadora Duncan op de Promenade des Anglais, en zo zou ik nog enkele bladzijden kunnen doorgaan, als mijn drie realiteiten niet om aandacht zouden schreeuwen.
Tot binnenkort!