Hieronder kunt u het resultaat lezen van het literair experiment van vorige week. Dank aan Maartje Wortel, Kristof, Frans, Arnon Grunberg, Emily Gordts, Charlotte, Manu, Matthias Hoys, Anita Terpstra, Willemijn Dicke en Peter Jacobs!
De kamer is lang en smal en vraag me niet hoe het komt maar het ruikt er naar joggingbroeken. Het is te laat om nog buiten te komen. Ik weet zeker dat ik hier nooit eerder was en toch heb ik gevoel voor het eerst in lange tijd thuis te zijn, maar waarom?
‘Is Veronika nog altijd ongelukkig getrouwd met die man met de snor die het in een film goed zou doen als een handelsreiziger in maaimachines met een gebrekkig dubbelleven?’
Die vraag stelt hij me, zonder opkijken, terwijl hij door het open raam een sigaret rookt.
‘Denk van wel,’ zeg ik, maar voor mijn part wordt Veronika op dit moment door haar debiel van een echtgenoot gewurgd: ik adem in, en uit, en in, en uit, want het gaat om de geur - die geur die me aan mijn moeder doet denken, aan hoe ze haar hand op de mijne legde en die naar beneden drukte, aan de joggingbroek die ik toen voelde - en vooral: rook - vlak voor ze haar laatste adem uitblies.
‘Zou wel eens kunnen,’ zegt hij traag – nog steeds staart hij de sterrenloze hemel in – ‘ik zag haar deze namiddag aan de bar met een whisky: “Mijn laatste!” riep ze. "En vanaf nu kan hij ze zelf wassen! gedaan ermee! nooit meer!" Het kwam eruit als samengeperste lucht die uit de drukkookpan ontsnapt. Nee, met Veronika gaat het niet al te goed.’
'Je bent naar de bar van het Américain teruggegaan,' zeg ik, meer als een vaststelling dan als een beschuldiging.
'So what? JIJ hebt je sneakerfetisjisme duidelijk nog niet onder controle, of wat voor ranzigs het ook moge zijn - man, zie die neusvleugels trillen. En zo mankeert er iets aan iedereen.'
Wat is er tussen ons fout gegaan in die twaalf jaar dat we elkaar kennen? Ik zwijg, discussiëren heeft geen zin als hij gedronken heeft.
Hij leunt met z'n rug tegen de kale muur en laat zich langzaam doorzakken.
Plotseling wordt er op de deur geklopt.
Hij schijnt volledig afwezig en ik heb geen zin om mijn aanwezigheid hier aan wie dan ook uit te leggen.
Ik loop naar het raam; het regent nu.
Het geklop op de deur neemt toe, ik voel me gevangen, hoe geraak ik hier uit?
Te laat: de deur zwaait open, en het enige wat ik kan denken, is dat die lamzak tegen de muur had beloofd de deur op slot te doen.
In de deuropening staat een handelsreiziger in maaimachines en hij zegt: 'ik heb een gebrekkig dubbelleven.'
En alsof zijn verschijning niet erg genoeg is, duikt achter hem Veronika op.
Terwijl ik bedenk dat de zielige handelsreiziger best zijn eigen trieste snor zou afmaaien, is Hugo bij het zien van Veronika rechtgeveerd.
Dat ze hun ingewikkelde zaakjes maar weer in het Américain gaan regelen. Dat ze me met rust laten. Maar dan zie ik de sneakers van de handelsreiziger. Vintage Adidas, perfect ingelopen.
'Goedenavond,' zegt de handelsreiziger. 'Veronika vertelde dat jullie in de stad waren. Geïnteresseerd in een Wolf grasmaaier, zelftrekkend model?'
Hugo schudt zijn hoofd - verwoed, wanhopig, ga weg, weg, wég - maar ik voel mijn kin omhoog gaan. 'Ja,' zeg ik hard, kijkend naar de drie gouden strepen op de linkeradidas, strepen waar drie vingers perfect op zouden passen, 'maar alleen als ik die sneakers erbij krijg, als bonus, anders niet.'
'Voor mijn part mag je er hem ook maar bij nemen,' zegt Veronika, 'dat kan zijn dubbelleven opfleuren.'
De kamer schijnt mij ineens te klein. Ik leun door het open raam. Verre bliksemschichten houden even mijn aandacht vast. Ze kunnen verrekken, ik geef het op.
Ik wrijf over de stoppels tussen mijn neus en bovenlip. Wat ruik ik?
Posts tonen met het label kortverhaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kortverhaal. Alle posts tonen
maandag 12 april 2010
vrijdag 9 april 2010
De week van het kortverhaal (4/4)
Dit is de laatste dag dat u kan meeschrijven aan het kortverhaal. Laat ze vloeien, die inspiratie!
Het verhaal gaat zo:
De kamer is lang en smal en vraag me niet hoe het komt maar het ruikt er naar joggingbroeken. Het is te laat om nog buiten te komen. Ik weet zeker dat ik hier nooit eerder was en toch heb ik gevoel voor het eerst in lange tijd thuis te zijn, maar waarom?
‘Is Veronika nog altijd ongelukkig getrouwd met die man met de snor die het in een film goed zou doen als een handelsreiziger in maaimachines met een gebrekkig dubbelleven?’
Die vraag stelt hij me, zonder opkijken, terwijl hij door het open raam een sigaret rookt.
‘Denk van wel,’ zeg ik, maar voor mijn part wordt Veronika op dit moment door haar debiel van een echtgenoot gewurgd: ik adem in, en uit, en in, en uit, want het gaat om de geur - die geur die me aan mijn moeder doet denken, aan hoe ze haar hand op de mijne legde en die naar beneden drukte, aan de joggingbroek die ik toen voelde - en vooral: rook - vlak voor ze haar laatste adem uitblies.
‘Zou wel eens kunnen,’ zegt hij traag – nog steeds staart hij de sterrenloze hemel in – ‘ik zag haar deze namiddag aan de bar met een whisky: “Mijn laatste!” riep ze. "En vanaf nu kan hij ze zelf wassen! gedaan ermee! nooit meer!" Het kwam eruit als samengeperste lucht die uit de drukkookpan ontsnapt. Nee, met Veronika gaat het niet al te goed.’
'Je bent naar de bar van het Américain teruggegaan,' zeg ik, meer als een vaststelling dan als een beschuldiging.
'So what? JIJ hebt je sneakerfetisjisme duidelijk nog niet onder controle, of wat voor ranzigs het ook moge zijn - man, zie die neusvleugels trillen. En zo mankeert er iets aan iedereen.'
Wat is er tussen ons fout gegaan in die twaalf jaar dat we elkaar kennen? Ik zwijg, discussiëren heeft geen zin als hij gedronken heeft.
Hij leunt met z'n rug tegen de kale muur en laat zich langzaam doorzakken.
Er wordt op de deur geklopt.
Hij schijnt volledig afwezig en ik heb geen zin om mijn aanwezigheid hier aan wie dan ook uit te leggen.
Ik loop naar het raam; het regent nu.
Het geklop op de deur neemt toe, ik voel me gevangen, hoe geraak ik hier uit?
Te laat: de deur zwaait open, en het enige wat ik kan denken, is dat die lamzak tegen de muur had beloofd de deur op slot te doen.
In de deuropening staat een handelsreiziger in maaimachines en hij zegt: 'ik heb een gebrekkig dubbelleven.'
En alsof zijn verschijning niet erg genoeg is, duikt achter hem Veronika op.
Terwijl ik bedenk dat de zielige handelsreiziger best zijn eigen trieste snor zou afmaaien, is Hugo bij het zien van Veronika rechtgeveerd.
Het woord ligt bij u! (en dit zijn de spelregels)
Het verhaal gaat zo:
De kamer is lang en smal en vraag me niet hoe het komt maar het ruikt er naar joggingbroeken. Het is te laat om nog buiten te komen. Ik weet zeker dat ik hier nooit eerder was en toch heb ik gevoel voor het eerst in lange tijd thuis te zijn, maar waarom?
‘Is Veronika nog altijd ongelukkig getrouwd met die man met de snor die het in een film goed zou doen als een handelsreiziger in maaimachines met een gebrekkig dubbelleven?’
Die vraag stelt hij me, zonder opkijken, terwijl hij door het open raam een sigaret rookt.
‘Denk van wel,’ zeg ik, maar voor mijn part wordt Veronika op dit moment door haar debiel van een echtgenoot gewurgd: ik adem in, en uit, en in, en uit, want het gaat om de geur - die geur die me aan mijn moeder doet denken, aan hoe ze haar hand op de mijne legde en die naar beneden drukte, aan de joggingbroek die ik toen voelde - en vooral: rook - vlak voor ze haar laatste adem uitblies.
‘Zou wel eens kunnen,’ zegt hij traag – nog steeds staart hij de sterrenloze hemel in – ‘ik zag haar deze namiddag aan de bar met een whisky: “Mijn laatste!” riep ze. "En vanaf nu kan hij ze zelf wassen! gedaan ermee! nooit meer!" Het kwam eruit als samengeperste lucht die uit de drukkookpan ontsnapt. Nee, met Veronika gaat het niet al te goed.’
'Je bent naar de bar van het Américain teruggegaan,' zeg ik, meer als een vaststelling dan als een beschuldiging.
'So what? JIJ hebt je sneakerfetisjisme duidelijk nog niet onder controle, of wat voor ranzigs het ook moge zijn - man, zie die neusvleugels trillen. En zo mankeert er iets aan iedereen.'
Wat is er tussen ons fout gegaan in die twaalf jaar dat we elkaar kennen? Ik zwijg, discussiëren heeft geen zin als hij gedronken heeft.
Hij leunt met z'n rug tegen de kale muur en laat zich langzaam doorzakken.
Er wordt op de deur geklopt.
Hij schijnt volledig afwezig en ik heb geen zin om mijn aanwezigheid hier aan wie dan ook uit te leggen.
Ik loop naar het raam; het regent nu.
Het geklop op de deur neemt toe, ik voel me gevangen, hoe geraak ik hier uit?
Te laat: de deur zwaait open, en het enige wat ik kan denken, is dat die lamzak tegen de muur had beloofd de deur op slot te doen.
In de deuropening staat een handelsreiziger in maaimachines en hij zegt: 'ik heb een gebrekkig dubbelleven.'
En alsof zijn verschijning niet erg genoeg is, duikt achter hem Veronika op.
Terwijl ik bedenk dat de zielige handelsreiziger best zijn eigen trieste snor zou afmaaien, is Hugo bij het zien van Veronika rechtgeveerd.
Het woord ligt bij u! (en dit zijn de spelregels)
donderdag 8 april 2010
De week van het kortverhaal (3/4)
Tot vrijdag kan u hier meeschrijven aan een kortverhaal. Na twee dagen hebben we:
De kamer is lang en smal en vraag me niet hoe het komt maar het ruikt er naar joggingbroeken. Het is te laat om nog buiten te komen. Ik weet zeker dat ik hier nooit eerder was en toch heb ik gevoel voor het eerst in lange tijd thuis te zijn, maar waarom?
‘Is Veronika nog altijd ongelukkig getrouwd met die man met de snor die het in een film goed zou doen als een handelsreiziger in maaimachines met een gebrekkig dubbelleven?’
Die vraag stelt hij me, zonder opkijken, terwijl hij door het open raam een sigaret rookt.
‘Denk van wel,’ zeg ik, maar voor mijn part wordt Veronika op dit moment door haar debiel van een echtgenoot gewurgd: ik adem in, en uit, en in, en uit, want het gaat om de geur - die geur die me aan mijn moeder doet denken, aan hoe ze haar hand op de mijne legde en die naar beneden drukte, aan de joggingbroek die ik toen voelde - en vooral: rook - vlak voor ze haar laatste adem uitblies.
‘Zou wel eens kunnen,’ zegt hij traag – nog steeds staart hij de sterrenloze hemel in – ‘ik zag haar deze namiddag aan de bar met een whisky: “Mijn laatste!” riep ze. "En vanaf nu kan hij ze zelf wassen! gedaan ermee! nooit meer!" Het kwam eruit als samengeperste lucht die uit de drukkookpan ontsnapt. Nee, met Veronika gaat het niet al te goed.’
'Je bent naar de bar van het Américain teruggegaan,' zeg ik, meer als een vaststelling dan als een beschuldiging.
'So what? JIJ hebt je sneakerfetisjisme duidelijk nog niet onder controle, of wat voor ranzigs het ook moge zijn - man, zie die neusvleugels trillen. En zo mankeert er iets aan iedereen.'
Wat is er tussen ons fout gegaan in die twaalf jaar dat we elkaar kennen? Ik zwijg, discussiëren heeft geen zin als hij gedronken heeft.
Hij leunt met z'n rug tegen de kale muur en laat zich langzaam doorzakken.
Er wordt op de deur geklopt.
Hij lijkt buiten westen en ik heb geen zin om mijn aanwezigheid hier aan wie dan ook uit te leggen.
Veel lezers, maar een hoge drempelvrees: dit is het bilan na twee dagen. Laat die schroom varen, lees de spelregels en reageer!
De kamer is lang en smal en vraag me niet hoe het komt maar het ruikt er naar joggingbroeken. Het is te laat om nog buiten te komen. Ik weet zeker dat ik hier nooit eerder was en toch heb ik gevoel voor het eerst in lange tijd thuis te zijn, maar waarom?
‘Is Veronika nog altijd ongelukkig getrouwd met die man met de snor die het in een film goed zou doen als een handelsreiziger in maaimachines met een gebrekkig dubbelleven?’
Die vraag stelt hij me, zonder opkijken, terwijl hij door het open raam een sigaret rookt.
‘Denk van wel,’ zeg ik, maar voor mijn part wordt Veronika op dit moment door haar debiel van een echtgenoot gewurgd: ik adem in, en uit, en in, en uit, want het gaat om de geur - die geur die me aan mijn moeder doet denken, aan hoe ze haar hand op de mijne legde en die naar beneden drukte, aan de joggingbroek die ik toen voelde - en vooral: rook - vlak voor ze haar laatste adem uitblies.
‘Zou wel eens kunnen,’ zegt hij traag – nog steeds staart hij de sterrenloze hemel in – ‘ik zag haar deze namiddag aan de bar met een whisky: “Mijn laatste!” riep ze. "En vanaf nu kan hij ze zelf wassen! gedaan ermee! nooit meer!" Het kwam eruit als samengeperste lucht die uit de drukkookpan ontsnapt. Nee, met Veronika gaat het niet al te goed.’
'Je bent naar de bar van het Américain teruggegaan,' zeg ik, meer als een vaststelling dan als een beschuldiging.
'So what? JIJ hebt je sneakerfetisjisme duidelijk nog niet onder controle, of wat voor ranzigs het ook moge zijn - man, zie die neusvleugels trillen. En zo mankeert er iets aan iedereen.'
Wat is er tussen ons fout gegaan in die twaalf jaar dat we elkaar kennen? Ik zwijg, discussiëren heeft geen zin als hij gedronken heeft.
Hij leunt met z'n rug tegen de kale muur en laat zich langzaam doorzakken.
Er wordt op de deur geklopt.
Hij lijkt buiten westen en ik heb geen zin om mijn aanwezigheid hier aan wie dan ook uit te leggen.
Veel lezers, maar een hoge drempelvrees: dit is het bilan na twee dagen. Laat die schroom varen, lees de spelregels en reageer!
woensdag 7 april 2010
De week van het kortverhaal (2/4)
Deze week voeren we een literair experiment uit. Tot vrijdag kan u meeschrijven aan een kortverhaal! Na één dag hebben we dit:
De kamer is lang en smal en vraag me niet hoe het komt maar het ruikt er naar joggingbroeken. Het is te laat om nog buiten te komen. Ik weet zeker dat ik hier nooit eerder was en toch heb ik gevoel voor het eerst in lange tijd thuis te zijn, maar waarom?
‘Is Veronika nog altijd ongelukkig getrouwd met die man met de snor die het in een film goed zou doen als een handelsreiziger in maaimachines met een gebrekkig dubbelleven?’
Die vraag stelt hij me, zonder opkijken, terwijl hij door het open raam een sigaret rookt.
‘Denk van wel,’ zeg ik, maar voor mijn part wordt Veronika op dit moment door haar debiel van een echtgenoot gewurgd: ik adem in, en uit, en in, en uit, want het gaat om de geur - die geur die me aan mijn moeder doet denken, aan hoe ze haar hand op de mijne legde en die naar beneden drukte, aan de joggingbroek die ik toen voelde - en vooral: rook - vlak voor ze haar laatste adem uitblies.
'Zou wel eens kunnen,’ zegt hij traag - nog steeds staart hij de sterrenloze hemel in - ‘ik zag haar deze namiddag aan de bar met een whisky: “Mijn laatste!” riep ze. "En vanaf nu kan hij ze zelf wassen! Gedaan ermee! Nooit meer!" Het kwam eruit als samengeperste lucht die uit de drukkookpan ontsnapt. Nee, met Veronika gaat het niet al te goed.’
'Je bent naar de bar van het Américain teruggegaan,' zeg ik, meer als een vaststelling dan als een beschuldiging.
Uw zin is welkom op het reactieformulier. De spelregels vindt u hier.
De kamer is lang en smal en vraag me niet hoe het komt maar het ruikt er naar joggingbroeken. Het is te laat om nog buiten te komen. Ik weet zeker dat ik hier nooit eerder was en toch heb ik gevoel voor het eerst in lange tijd thuis te zijn, maar waarom?
‘Is Veronika nog altijd ongelukkig getrouwd met die man met de snor die het in een film goed zou doen als een handelsreiziger in maaimachines met een gebrekkig dubbelleven?’
Die vraag stelt hij me, zonder opkijken, terwijl hij door het open raam een sigaret rookt.
‘Denk van wel,’ zeg ik, maar voor mijn part wordt Veronika op dit moment door haar debiel van een echtgenoot gewurgd: ik adem in, en uit, en in, en uit, want het gaat om de geur - die geur die me aan mijn moeder doet denken, aan hoe ze haar hand op de mijne legde en die naar beneden drukte, aan de joggingbroek die ik toen voelde - en vooral: rook - vlak voor ze haar laatste adem uitblies.
'Zou wel eens kunnen,’ zegt hij traag - nog steeds staart hij de sterrenloze hemel in - ‘ik zag haar deze namiddag aan de bar met een whisky: “Mijn laatste!” riep ze. "En vanaf nu kan hij ze zelf wassen! Gedaan ermee! Nooit meer!" Het kwam eruit als samengeperste lucht die uit de drukkookpan ontsnapt. Nee, met Veronika gaat het niet al te goed.’
'Je bent naar de bar van het Américain teruggegaan,' zeg ik, meer als een vaststelling dan als een beschuldiging.
Uw zin is welkom op het reactieformulier. De spelregels vindt u hier.
dinsdag 6 april 2010
De week van het kortverhaal (1/4)
Tot vrijdag kunt u hier meeschrijven aan een kortverhaal!
U kent de verhalen van Anton Tsjechov, u hebt alles van Guy de Maupassant gelezen, u bent fan van William Somerset Maugham, u hebt Vreemd land van Jhumpa Lahiri verslonden, of u bent in het afgelopen weekend in Dit is jouw huis van Maartje Wortel begonnen?
Dan hebt u al een idee van een goed kortverhaal.
Maar hoe begint u er zelf aan?
Dit zijn de schrijftips van Maartje Wortel:
*Durf authentiek te zijn.
*Gebruik beeldende taal.
*Benoem niet te veel, maar laat wat gebeurt door de regels klinken.
*De gouden regel voor alle schrijvers: show don't tell.
*En ook: less is more.
'Een kortverhaal,' zegt zij, 'moet krachtig zijn van taal. Het moet de lezer meteen pakken want er is geen tijd om het verhaal op een rustige manier uit te rollen.'
Voor het geval u nog steeds geen idee hebt:
*Anton Tsjechov: In short stories it is better to say not enough than to say too much.
*Ernest Hemingway: If a writer of prose knows enough about what he is writing about he may omit things that he knows and the reader, if the writer is writing truly enough, will have a feeling of those things as strongly as though the writer had stated them.
*Raymond Carver: It's possible, in a poem or a short story, to write about commonplace things and objects using commonplace but precise language, and to endow those things--a chair, a window curtain, a fork, a stone, a woman's earring--with immense, even startling power.
U weet het nu wel, u popelt zelfs om eraan te beginnen. Leest u eerst even de spelregels:
*Een nieuwe zin publiceren doet u via het reactieformulier.
*Eén zin per reactie!
*Voor u een nieuwe zin publiceert, leest u eerst alle reacties door.
*Als u een zin hebt gepubliceerd, moet u minstens drie reacties afwachten voor u een volgende zin publiceert.
*Anonieme reacties worden gewist.
's Anderendaags publiceer ik het voorlopige resultaat en gaan we verder. Het experiment loopt vrijdagavond om middernacht af.
De eerste zin, van Maartje Wortel:
De kamer is lang en smal en vraag me niet hoe het komt maar het ruikt er naar joggingbroeken.
U kent de verhalen van Anton Tsjechov, u hebt alles van Guy de Maupassant gelezen, u bent fan van William Somerset Maugham, u hebt Vreemd land van Jhumpa Lahiri verslonden, of u bent in het afgelopen weekend in Dit is jouw huis van Maartje Wortel begonnen?
Dan hebt u al een idee van een goed kortverhaal.
Maar hoe begint u er zelf aan?
Dit zijn de schrijftips van Maartje Wortel:
*Durf authentiek te zijn.
*Gebruik beeldende taal.
*Benoem niet te veel, maar laat wat gebeurt door de regels klinken.
*De gouden regel voor alle schrijvers: show don't tell.
*En ook: less is more.
'Een kortverhaal,' zegt zij, 'moet krachtig zijn van taal. Het moet de lezer meteen pakken want er is geen tijd om het verhaal op een rustige manier uit te rollen.'
Voor het geval u nog steeds geen idee hebt:
*Anton Tsjechov: In short stories it is better to say not enough than to say too much.
*Ernest Hemingway: If a writer of prose knows enough about what he is writing about he may omit things that he knows and the reader, if the writer is writing truly enough, will have a feeling of those things as strongly as though the writer had stated them.
*Raymond Carver: It's possible, in a poem or a short story, to write about commonplace things and objects using commonplace but precise language, and to endow those things--a chair, a window curtain, a fork, a stone, a woman's earring--with immense, even startling power.
U weet het nu wel, u popelt zelfs om eraan te beginnen. Leest u eerst even de spelregels:
*Een nieuwe zin publiceren doet u via het reactieformulier.
*Eén zin per reactie!
*Voor u een nieuwe zin publiceert, leest u eerst alle reacties door.
*Als u een zin hebt gepubliceerd, moet u minstens drie reacties afwachten voor u een volgende zin publiceert.
*Anonieme reacties worden gewist.
's Anderendaags publiceer ik het voorlopige resultaat en gaan we verder. Het experiment loopt vrijdagavond om middernacht af.
De eerste zin, van Maartje Wortel:
De kamer is lang en smal en vraag me niet hoe het komt maar het ruikt er naar joggingbroeken.
Abonneren op:
Posts (Atom)