Niet de schrijver, de lezer moet fantasie hebben.
(Harry Mulisch)
Posts tonen met het label Ivo Victoria. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ivo Victoria. Alle posts tonen

maandag 16 december 2013

De Top Drie (8) van ...


Ivo Victoria (1971) is auteur van twee romans: Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (en dat het me spijt) uit 2009 en Gelukkig zijn we machteloos uit 2011. In de loop van 2014 zal Dieven van vuur verschijnen, een roman die draait rond een leegstaand appartementsgebouw in het Antwerpen van de jaren '90 en ’80.

Nr 1.
De roman waar ik momenteel aan werk, speelt zich deels af tijdens de jaren negentig, in de wijk ’t Zuid in Antwerpen, waar ik toen woonde. Ik zat vaak in café de Nieuwe Linde en ook J.M.H. Berckmans zat daar met regelmaat. Ik vond hem een bizarre verschijning die altijd schreeuwde, ergens in de hoek van het café, nooit echt rechtop zat of liep, maar altijd hing, de tanden in zijn mond bruin en verweerd, zijn ogen doelloos zwemmend in veel te grote kassen. Maar mensen die wél eens een boek lazen, gingen graag met hem om en waren opvallend liefdevol en geduldig. Ik was gewoon een beetje bang voor hem, denk ik. Dit jaar las ik voor het eerst een boek van Berckmans, Taxi naar de Boerhaavestraat. Harde, fantasierijke, grimmige, groffe, geestige en bij momenten fenomenaal geschreven fragmentarische verhalen. Ik ga eens in ’s mans oeuvre duiken, zo heb ik me voorgenomen.


J.M.H. Berckmans. Taxi naar de Boerhaavestraat. Nijgh & Van Ditmar, 159 p.

Nr 2.
Don’t believe the hype, wil de eigenzinnige eindejaarslijstjesmaker zichzelf natuurlijk graag voorhouden en dus, terwijl iedereen oreerde over de klassieker Light Years van James Salter en zijn nieuwe roman All That Is, liet ik die boeken lekker eigenwijs links liggen en ging voor A Sport And A Pastime waarvan nogal wat mensen beweren dat het een a-typische Salter roman is – geen idee – maar ik dacht: laat ons het not believen van de hype even een handje helpen. Nou mooi niet dus. In een Frans dorpje volgt een weergaloos onbetrouwbare verteller een jonge Amerikaanse dandy. Fabelachtig geschreven met jaloersmakend oog voor detail. Inclusief enorm veel seks scènes en die seks scènes zijn tevens de allerbeste scènes, tout court, die ik het afgelopen jaar heb gelezen.


James Salter. A Sport And A Pastime. Farrar, Strauss and Giroux, 200 p.

Nr 3.
Wat voor brommertje met verchroomd stuur achter op de binnenplaats? + Een slaper van Georges Perec.
Ik ben al een tijdje bezig met het complete oeuvre van de Franse schrijver Georges Perec (voor veel mensen bekend van het prachtige Het leven – een gebruiksaanwijzing) te verzamelen en dat valt niet mee want bijna niets ervan is nog in druk. Dus wie bijvoorbeeld Ruimten Rondom in de kast heeft staan en aan mij wil verkopen: heel graag. Wat voor brommertje… is een korte en bizarre novelle over een groep mensen die probeert een soldaat uit de Algerijnse oorlog te houden. Een speelse parodie op een heldendicht waarover de schrijver zelf zegt:
‘Lezers die ongevoelig zijn voor de kwaliteiten van dit heldendicht vinden in dit boekje voldoende uitweidingen en terzijdes om toch aan hun trekken te komen, in het bijzonder een recept voor rijst met olijven dat zelfs de meest kieskeurige eter tevreden zal stellen.’
En zo is het. Een slaper is een totaal ander boek. Een ijzingwekkende, trage novelle over een student die besluit dat zijn bed zijn huis is. Waarom? Geen idee. Maar het is prachtig geschreven, volledig in de jij-vorm, wat je niet vaak ziet – waarom eigenlijk niet? – en ondanks het feit dat dit boekje nauwelijks meer dan 100 pagina’s beslaat, kan je er uren over doen omdat de zinnen van Perec voortdurend om herlezen vragen.


Georges Perec. Een slaper. Bruno A.W., 108 p.
Georges Perec. Wat voor brommertje met verchroomd stuur achter op de binnenplaats?De Arbeiderspers, 85 p.

Ik las ook boeken die dít jaar verschenen. En in deze barre boekentijden raad ik graag enkele erg goede romans aan van collega’s die met wat goede wil tot ‘mijn generatie’ mogen worden gerekend: De weg naar zee (Elke Geurts), Van dode mannen win je niet (Walter van den Berg), De nacht van Lolita (Rob Waumans), Wij en ik (Saskia De Coster) en wilt u asjeblieft, asjeblieft, ook af en toe aan Thomas Blondeau blijven denken?

donderdag 27 december 2012

De Top Drie (11) van


Ivo Victoria (1971) debuteerde in 2009 met Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (en dat het me spijt). In 2011 verscheen zijn tweede roman Gelukkig zijn we machteloos.

Om te beginnen zou ik willen stoefen: ik heb dit jaar vijfentwintig romans gelezen. Een persoonlijk record. (Ik ben nooit een groot lezer geweest, tot mijn 35 was ik te druk met in bandjes spelen en uitslapen; ik ben er niet trots op maar zo is het gelopen.)
Daarbovenop ben ik ook nog eens in zeker vijftien romans begónnen. Weet u meteen hoeveel minimaal goede en hoeveel slechte romans ik heb gelezen. (Ik heb ook nooit veel geduld gehad.) Kortom, ik ben trots op mezelf.
Maar hoe kan een mens daar nu een deugdelijke top drie van brouwen? Is het wel eerlijk ten opzichte van recente romans om hen in competitie te laten gaan met pakweg Het leven een gebruiksaanwijzing van Perec en De vreemdeling van Camus en De avonden van Reve en The Subterraneans van Kerouac en The Old Man and the Sea van Hemingway – boeken die ik ook in 2012 las? (De Vreemdeling was echt het aller-aller-allerbeste wat ik dit jaar las, op korte afstand gevolgd door Het leven een gebruiksaanwijzing.) Maar als we ons tot de relatieve actualiteit beperken, dan wordt het, in willekeurige volgorde:

The Sisters Brothers, Patrick DeWitt.
Nooit gedacht dat ik een Western nog eens leuk zou vinden; heerlijke, Coen Brothers-achtige dialogen, geweldige vaart en stijl en voldoende tweede en derde lagen om nog even op door te kauwen. Genoten.


HhhH, Laurent Binet.
Eigenlijk ben ik voortdurend op zoek naar boeken die ‘de luiken open zetten’ – want daar kan ik wat mee, als schrijver. En net die boeken zijn natuurlijk ook het moeilijkst te vinden, dat zal je altijd zien, en al helemaal in het meer recente aanbod. Maar dit was er eentje.


Post Mortem, Peter Terrin.
Behoeft nauwelijks nog toelichting. Vooral het eerste deel van dit boek is net iets te goed geschreven naar mijn zin.


Dan ga ik nu een kerstvakantie lang proberen om die vijfentwintig nog naar boven bij te stellen. En daarna ga ik een jaar lang schrijven. Ook leuk. 

dinsdag 4 januari 2011

Spanning



'Ze moeten kraken,' stelde Y. terwijl hij onze borden bijvulde met Lotte à l'armoricaine.
'Ik heb ze graag een beetje zacht onderaan,' zei z'n vrouw die rijst opschepte. 'In het noorden is dat meer de gewoonte.' Ze glimlachte verontschuldigend naar haar man. 'Jij zou ze niet binnenkrijgen.'

Het was oudejaarsavond. Met vrienden brachten we hulde aan het nieuwe werelderfgoed van de Unesco, de Franse gastronomische maaltijd. Ieder stel had een gang bereid en nu was het de beurt aan Y. en z'n vrouw, de enige Fransen van het gezelschap. Sedert hun gerecht op tafel stond ging het gesprek over stokbrood en hoe de perfecte baguette moest ogen, smaken en ruiken.
Terwijl ik luisterde hoe Y. tegen zijn vrouw inging en met vurige woorden de noodzaak van krokante baguettes verdedigde, prees ik me gelukkig dat ik met mijn gang gerstebrood had geserveerd. Anders was de spanning niet te harden geweest, bijna zoals bij Urbain Alpain in K. van Ivo Victoria. Die zielige Urbain Alpain, die sedert het overlijden van zijn vrouw terug in de ouderlijke (nu grondig gerenoveerde) boerderij woont en gespannen wacht op het jaarlijks kerstbezoek van zijn broer en nichtje uit de stad, jawel, diezelfde broer die Urbain Alpain in een keurig betegelde studio heeft ondergebracht waar alleen een oude kast van zijn moeder, een koffieblik met een portret van zijn vrouw, een schilderij en een tweeloop aan de muur aan zijn vorig leven herinneren.
Urbain Alpain begint veel te vroeg koffie te zetten. De koffie moet warm staan als het bezoek aanklopt, redeneert hij, anders wacht hem hetzelfde lot als op de rampzalige kerst van twee jaar geleden, toen het bezoek de wijn soldaat had gemaakt en nog voor de koffie vertrokken was. Dit jaar zal het volgens plan lopen, houdt Urbain Alpain zich voor, en dat gebeurt ook tot hij in eigen persoon het heft (lees: de kolf) in handen neemt.

In een handvol scènes, gekenmerkt door veel korte zinnetjes, toont Ivo Victoria ons een vereenzaamde oude man voor wie het leven maar weinig zin meer heeft. Victoria voert het personage op, maar in z'n hoofd kruipen laat hij aan ons over. Ook na de slotscène blijft de fantasie van de lezer draaien.
K. is een klein en prachtig uitgegeven boekje dat in december 2009 op 1650 exemplaren verscheen als kerstgeschenk van Ambo|Anthos. Het is bijna te interpreteren als een verholen liefdesverhaal, dacht ik terwijl ik luisterde naar wat Y. en zijn vrouw nu beweerden.

Het was zo moeilijk om een goede bakker te vinden, althans hier toch, klaagden ze.
De twee bakkerijen in ons dorp hadden ze afgeschreven, ook die in hun dorp voldeed niet, maar in de vallei waren er van de vijf bakkerijen twee die min of meer door de beugel konden.
'Toch voor baguettes,' zei Y. 'Haal het niet in je hoofd om dáár croissants te kopen! Simpelweg niet te eten.'

woensdag 17 maart 2010

Een kip genaamd Shania (Ivo Victoria)

pas·ti·che [pastiesj(e)] de; m -s werkstuk in nabootsende stijl


Het was een doodgewone zondagavond. Ik keek samen met mijn vrouw naar een sportprogramma op televisie waarin ik op briljante wijze te gast was. Onderwijl vingerde ik haar een beetje laf in de kut want mijn vrouw wordt zo geil als een schele otter wanneer ik ergens op briljante wijze te gast ben. Moe dat ik daar van word. Ik wou dat ik eens ergens op een normale manier te gast kon zijn. Gelukkig slaap ik over het algemeen prima hetgeen ook nu goed uit kwam want vingeren doe ik het liefst in het donker, zeker als het een beetje laf moet. Derhalve sloot ik de ogen.
Toen ik mijn ogen weer open deed liep ik Jeugdhuis Nijdrop in Opwijk binnen om er een concert te bezoeken van Uriah Heep. Dat is de beste rockgroep ter wereld als je The Under Doors uit Deurne-Zuid niet meerekent. Weinig mensen doen dat, trouwens. Tot frustratie van met name de bassist van The Under Doors die zijn mokkel had beloofd dat ze hun oude dag samen op de Seychellen zouden slijten. Domme eikel. Het gemiddelde kutwijf is al lang blij als je haar met regelmaat een beetje laf vingert, zo weet ik uit ervaring. Onmiddellijk kwam er een blonde kip op mij af van het type dat een mens op slag zwaar voorstander van de bio-industrie doet worden. Nu was ik daar als parttime vegetariër in den beginne toch al niet tegen maar dit geheel terzijde. De kip zei: ‘Hé, ben jij hier ook?’
‘Neen,’ zei ik, ‘Thans bevind ik mij in een parallel universum alwaar ik met gesloten ogen mijn vingers in de poes van een enorm kutwijf aan het steken ben, namelijk mijn vrouw. Doch trek je daar vooral niks van aan.’
‘O,’ antwoordde de kip. Ze tuitte haar lippen op zulk een wijze dat die op een met siliconen gevulde vagina gingen lijken. Welnu, daar raak ik altijd enorm van in de war. Nochtans gebeurt het wel vaker dat een blonde kip ‘O’ tegen mij zegt, met name wanneer ik de kip in kwestie een beetje laf vinger. Dat ik daarmede weliswaar wel in een parallel universum aan de gang ware, maar niet in Jeugdhuis Nijdrop te Opwijk, alwaar dit gesprek plaats vond, leidde ertoe dat ik mij enigszins zorgen ging maken. Doch ik weigerde te doemdenken hoezeer dat ook bij mijn reputatie als wereldvermaard schrijver-vingeraar moge passen.
‘Ach, zorgen,’ zei ik dus, lachend. ‘Zorgen zijn voor mensen die denken dat er nog iets aan te doen valt. Maar dat valt er nooit. Dus zeg `ns, meisje, hoe heet jij eigenlijk?’
‘Shania,’ zei de kip.
‘Shania. Kijk `ns aan. Dat is een hele mooie naam. Niks meer aan doen.’
‘Ja’, zei Shania.’Mijn moeder heeft die naam gekozen. Ik ben vernoemd naar de zangeres. Shania Twain.’
Ik bedankte de kip voor deze informatie en samen stelden wij ons voor het podium op alwaar talrijke mensen stonden te roezemoezen. Daar kan ik het dus echt stinkend van aan mijn kloten krijgen, zie. Als je dan toch per se moet roezemoezen, doe het dan thuis maar niet in Jeugdhuis Nijdrop te Opwijk en al helemaal niet wanneer ik daar met een blonde kip genaamd Shania binnenkom om een concert van de beste rockgroep te wereld – The Under Doors uit Deurne-Zuid niet meegerekend – te bekijken terwijl ik in een parallel universum een ander kutwijf laf aan het vingeren ben. Alsof ik niks beter te doen heb.
‘Zeg, Shania,’ zei ik ‘Van al dat geroezemoes geraak ik een beetje van mijn apropos. Vind je het goed als ik mijn sjarlowie straks eens niet in je hol duw en we in plaats daarvan gewoon een beetje knuffelen? Je mag desgewenst je tong in mijn mond steken doch daar trek ik de grens.’
Shania antwoordde dat ze dat sociaal-maatschappelijk gezien compleet onacceptabel vond en niet zou aarzelen om alle bevoegde instanties en procedures waarin de wet voorziet in te schakelen om het door mij geponeerde ongedaan te maken.
Ja, als kippen ook al kapsones krijgen dan staat die bio-industrie er wel heel slecht voor. Want zo gaat dat wanneer een mens of kip geconfronteerd wordt met ellende. Die gaat al snel in onredelijke mate naar rechtvaardigheid verlangen.


Ivo Victoria (1971) debuteerde in september 2009 bij Ambo|Anthos met Hoe ik nimmer de ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (en dat het me spijt). De Morgen noemde het "een debuut dat torenhoog uitsteekt boven de rest". De Standaard had het over "een onweerstaanbare vertelstem".


Welke auteur imiteert Ivo? Uw giswerk is welkom op het reactieformulier.