Niet de schrijver, de lezer moet fantasie hebben.
(Harry Mulisch)
Posts tonen met het label Thomas Blondeau. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Thomas Blondeau. Alle posts tonen

maandag 25 oktober 2010

De psychologie van de kip



Sedert een maand ontgaat de actualiteit ons. Het is niet dat we door het nieuws heen slapen, al zou dat ook kunnen. Denkt u maar aan Max Gosset, de ambitieuze journalist uit Donderhart van Thomas Blondeau, die op 7 juli rustig ligt te ronken wanneer de aanslagen in de metro plaatsvinden. Als hij bij het ontwaken het nieuws hoort, beseft hij dat hij de scoop van zijn leven te pakken heeft. Met zijn hoofdredacteur spreekt hij af om een speciale Londenbijlage te maken. De geplande vakantie in Nice met zijn vriendin Veronique valt in het water, maar dat trekt hij zich niet aan: de enkele dagen extra in Londen zijn een buitenkans om af te spreken met zijn oude geliefde, Eva, nu een beroemde popzangeres. Zijn werk voor de krant, het weerzien met Eva, het loopt allemaal anders uit dan Max gedacht had.

De reden waarom wij het nieuws missen? Sedert een maand hebben we een nieuwe televisie, een buitentv zeg maar, die werkt tussen 7 uur en 19 uur. Aangekondigde nieuwe stakingen, blokkages van raffinaderijen, praatprogramma's over mei '68, interviews met strijdvaardige studenten: het ontgaat ons omdat we voor de kippenren zitten.

In een maand tijd heeft het karakter van Picasso, Jezus en Adam een evolutie doorgemaakt. Het is verbazend hoe ze nu op hun baasjes lijken. Picasso, de voormalige aanvoerster van het trio, is een dromer geworden. Komen we aanzetten met hespenrandjes of kaaskorst, dan blijft zij mijmerend rondkijken of maakt ze een elegant sprongetje. Terwijl dekip onder het toeziend en vertederd oog van E.(5) kokketeert met haar witte vederkraag, vallen Jezus en Adam aan op het voedsel. Adam, vroeger de kleinste en bangste, is nu dik, makkelijk te pakken en zeer behendig. Zodra N. (7) in de tuin opduikt, rept ze zich naar de afrastering. Tot de trots van N. die haar elke dag regenwormen en pissenbedden voert, is zijn kip de snelste en competitiefste van de drie geworden.
Jezus, de kip van I.(3), is een geval apart. Ze wijdt haar dagen aan graaf- en scharrelprojecten, trekt zich van de andere niets aan en is in haar onafhankelijkheid het evenbeeld van haar baas.

Het land staat op zijn kop, horen we als we 's avonds in de keuken naar de radio luisteren. In de luchthaven van Nice is vijfendertig procent van de vluchten niet vertrokken. Aan het tankstation is de voorraad SP-95 en SP-98 uitgeput, vertelt een vriendin aan de telefoon.
Niemand weet hoelang het duurt. In afwachting van verandering nemen we de auto alleen nog als het niet anders kan. We verdiepen ons verder in de psychologie van de kip. Pure overmacht.


woensdag 14 april 2010

Vergeetlust (Thomas Blondeau)

pas·ti·che [pastiesj(e)] de; m -s werkstuk in nabootsende stijl

Toen de verhalen op waren begon ik mezelf te verteren. Veradeld was ik, klaar voor mijn eigen maal. Alles wat ooit van ons was geweest, had ik al tot mij genomen. De beloftes, onze stervormige toekomstdromen, de achterstallige verlangens die langzaam beschimmeld waren als klompen gestolde melk, achtergelaten in een grot.
Uiteindelijk gingen ook de kleinste herinneringen op. De blauwgrijze nerven van het marmeren tafelblad waar we aan zaten, de bloesems waar ze een paar weken per jaar naar geurde. Hoe zelfs een gespleten haar zo scherp was dat het papiersneden naliet in mijn vingertoppen.
Met die vingertoppen begon ik. Ik sloeg nog één keer de lucht aan, als was je een onzichtbare piano. Maakte met mijn wijsvinger rondjes. Alsof ik haar nummer draaide op een oude telefoon. Een kristallen glas liet zingen tot het barsten. Haar tepel liet oprijzen. De trommel van een revolver liet draaien.
De zon ving de schijfjes die ik uit de lucht kerfde. Ze vielen op mijn borstkas, bleven steken tussen mijn ribben, sneden mijn huid aan repen. Het bloed aan mijn vingertoppen verpoederde, waaide weg als stuifmeel. Het vel trok weg, de nagels knapten, even schitterde het albast van mijn botten, lijkbleke banderilla’s van mijn eigen vergeetlust. Mijn schouderbladen gingen even uitstaan als ontoereikende vleugels, tot de benige hoeken zichtbaar werden. Door de gaten kon je mijn hart horen zingen als een bijenkorf.
Toen de honger aan mijn benen begon, liet ik me achterover vallen op ons bed, een onopgemaakte dis, nog geurend naar truffels in de middagzon. Het stof dat opwaaide werd paddenstoelensporen. De boleten die daaruit groeiden, gedijden in vochtige duisternis. Ze roken naar bloesems.


Thomas Blondeau (1978) is schrijver, journalist en dichter. Hij is boekendokter op Cobra.be, de cultuursite van de VRT. In 2006 debuteerde hij met de roman eX bij de Bezige Bij. "Blondeaus debuut is een vlot weglezend, speels en bij vlagen woest boek, dat verwachtingen voor de toekomst schept", schreef De Standaard der Letteren. Sedert februari ligt zijn tweede roman Donderhart in de winkel.


Welke auteur bootst Thomas na? Uw giswerk is welkom op het reactieformulier.