pas·ti·che [pastiesj(e)] de; m -s werkstuk in nabootsende stijl
Niemand wist waar de hond vandaan kwam. Misschien kwam hij uit een andere stad. Hij kwam toen de oorlog net begonnen was.
Een van de soldaten in het huis op de hoek gaf hem eten. Brood, soep, wat er verder over was. De hond wist niet dat het oorlog was. De hond had honger. Hij wist niet dat het de vijand was die hem te eten gaf.
Ze spraken er schande van, dat hij een hond goed eten gaf. Ze hielden het nauwlettend in de gaten.
Misschien had hij thuis een hond, zei de vader. Misschien had hij heimwee.
Je was stiekem jaloers, je had ook een hond gewild. Alle jongens wilden een hond. Maar dat zei je niet want het was oorlog. Dat soort dingen zei je niet meer.
Toen de soldaten vertrokken bleef de hond een tijdje bij het huis rondhangen. De jongen zag hem later nog een keer in het bos met de hoge naaldbomen, daarna nooit meer. ’s Nachts hoorde hij soms honden blaffen. Er waren altijd honden die blaften maar de jongen zag ze nooit, je zag ze niet.
De soldaat die hem eten had gegeven kwam dertig jaar later terug. Ik weet niet waarom hij terugkwam. Misschien kwam hij terug om te kijken hoe het veranderd was. Was hij nog een vijand? Hij was geen vijand meer. Hij droeg geen uniform. Hij droeg gewone kleren, niet anders dan de andere mensen die op dat moment rondliepen, iemand had hem per ongeluk herkend. Waar herken je zo iemand aan? Aan zijn gezicht, hij had een grote neus. Ja, ik denk dat hij aan zijn neus herkend is.
Eva Meijer is beeldend kunstenaar, schrijver en singer-songwriter. Haar debuutroman Het schuwste dier verscheen in 2011 bij uitgeverij Prometheus. Ze is mede-oprichter van het schrijverscollectief De Jagers.
Posts tonen met het label Eva Meijer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Eva Meijer. Alle posts tonen
woensdag 19 oktober 2011
Abonneren op:
Posts (Atom)