Niet de schrijver, de lezer moet fantasie hebben.
(Harry Mulisch)
Posts tonen met het label Nobelprijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nobelprijs. Alle posts tonen

maandag 4 januari 2010

Ontredderd



'De luchthaven van Brussel is gesloten,' zei de dame van de luchtvaartmaatschappij.
We troepten met zijn twintigen samen rond de kleine desk bij Gate A34. Het vliegtuig dat ons van Nice naar Zaventem moest brengen, zou om 16u30 opstijgen. Het was 17u40.

De middag was feestelijk ingezet. Toen we het dorp uitreden, hadden de kinderen het over hun makkertjes die nog anderhalve dag naar school moesten. Ha, ha. Zij hadden vrij. Er was een lekkere picknick voor op het vliegtuig. En nieuwe boeken. En vanavond zouden ze de familie terugzien, wat ook alweer van afgelopen zomer geleden was.
De suikerbrioches van onze Venezolaanse bakkersvrouw waren ondertussen op. En de kinderen begonnen genoeg te krijgen van het speelpleintje van Terminal 2. De andere gasten kregen het duidelijk ook op de heupen. Boeken, kranten en laptops waren allang opgeborgen. Iedereen had de blik gevestigd op de vertrekpanelen. En nu dus op de stewardess bij Gate A34.
Haar gelaat weerspiegelde de algehele ontreddering.
'Krijgen we ons geld terug?'(twee bejaarde dames)
'Kan ik mee met de avondvlucht naar Londen?' (een man van een jaar of vijftig)
'Wordt de vlucht geannuleerd?' (een jongeman met een kaki jasje)
'Onze piloot houdt contact met Zaventem,' zei de stewardess. 'Binnen een halfuur kan ik meer details geven.'
'Da's sowieso te laat voor mij,' hoorde ik het kaki jasje mompelen.

Achter de desk, door de glazen wanden van het luchthavengebouw heen, kon ik de Boeing zien, vertrekkensklaar.
Een halfuur later was er nog geen nieuws. De kinderen begonnen te jengelen. Ik dook in de picknicktas en haalde de noodvoorzieningen boven. Snoep.
Nog een halfuur later.
'De vlucht Nice-Brussel wordt geannuleerd,' klonk door de luidsprekers. 'Wilt u zich allen naar Gate A34 begeven? We brengen u terug naar de vertrekhal.'

Wat er aan de hand was?
Een natuurfenomeen legde Noord-Europa lam: sneeuw.
Ondanks alle ellende had ik een prettige gedachte, en wel aan de Turkse schrijver Orhan Pamuk, de Nobelprijs Literatuur van 2006, van wie ik de roman Sneeuw mocht lezen.
Het verhaal speelt zich af in het noordoosten van Turkije, waar de winters ijzig koud zijn. Ka, een jonge dichter, die net terug in het land is na twaalf jaar ballingschap in Duitsland, gaat op reportage naar de stad Kars, tegen de Armeense grens. Daar is iets vreemds aan de hand: een golf van zelfmoorden doet zich voor onder de vrome jonge meisjes. Terwijl Ka op onderzoek gaat, wordt de stad door hevige sneeuwval van de buitenwereld geïsoleerd. Er vinden allerlei rare gebeurtenissen plaats, in een decor dat zorgt voor een extra bevreemdend effect.
Maar de sneeuw is niet louter een sierelement. Ze heeft bij Pamuk ook een symbolische waarde: enerzijds staat ze voor zuiverheid, anderzijds voor ondoorzichtigheid, waarin zich de diepste troebelheid kan verbergen. Zo is geen van de personages wat hij lijkt, of ook maar van zichzelf denkt.

De gedachte aan Sneeuw traverseerde me maar even. Dan was de realiteit er: een trouwfeest in België over 36 uur, drie joekels van koffers, evenveel huilende en hongerige zonen, en - nog te doorstaan als we een up-to-date vluchtdossier wilden - een rij van minstens honderd man in de vertrekhal.

maandag 26 oktober 2009

Nobelprijs



Sedert deze zomer zijn P. en ik elf jaar getrouwd. Als u het in twijfel trekt, dan kan ik u mijn trouwboekje tonen als bewijs. Af en toe moeten wij het ook raadplegen.
Op het vlak van echtelijke ruzies mogen we ons gelukkig heten. Maar toch. Er is één seizoen waarin de geschillen pieken en dat is oktober. Dat heeft niets te maken met niet op elkaar afgestemde verwachtingen wat betreft verjaardagscadeaus, maar wel met het Nobelprijs-seizoen.
Telkens een nieuwe prijs wordt toebedeeld, gebeurt het. Zoals op de avond van 8 oktober. Zelfs op de plaats waar ik me toen bevond, had het nieuws me bereikt. Ik belde manlief op.
'Heb je het gehoord?' vroeg ik. 'Herta Müller heeft de Nobelprijs Literatuur gekregen.'
Dat dit nieuws, wereldnieuws toch, hem maar matig interesseert, weet ik ook wel.
'Wablieft?'
'Wel, Herta Müller, de schrijfster! Ze heeft de Nobelprijs gewonnen!'
Herta Müller is Duits, maar ze werd geboren in Roemenië en leefde daar tot haar vierendertigste.
In haar boeken schrijft ze over de verschrikkingen onder het beleid van dictator Ceausescu.
'Waaaaat?' schreeuwde P.
'Ja, Herta Müller! De Nobelprijs!'
Van haar proza wordt gezegd dat het, zelfs als het in stukjes wordt gesneden, nóg mooi zou zijn: zo beeldend en poëtisch zijn haar zinnen. Op de website van De Geus las ik een fragment van roman Hartedier (1994), een verhaal over rebelse studenten die door de geheime dienst worden gesnapt. Het is gebaseerd op de ervaringen van Herta Müller zelf. Dit klinkt veelbelovend, wat vindt u? Maar soit, we waren nog steeds aan het telefoneren.
Een diepe zucht ontsnapte manlief nu. 'Wanneer leer je het nu eindelijk eens? Het is No-bél-prijs, niet No-bul-prijs. No-bél met de "e" van karamel.'

Ik ben er nog altijd niet uit. Ik ben opgegroeid met de No-bel-prijs met de "e" zoals in "het". Mijn vader- en moederlief waren het overigens over deze uitspraak eens.