Niet de schrijver, de lezer moet fantasie hebben.
(Harry Mulisch)

woensdag 3 februari 2010

Ploetermoeder



Franks telefoon ging.
'Het is Victoria,' fluisterde hij met een hand op zijn mobieltje. 'Een vriendin met wie ik wel eens wat meer heb geprobeerd. Ik ben zo terug.'
Hij liep naar buiten.

Na een kwartier was hij er weer.
'Victoria zei dat ze deze week een ploetermoeder is geweest,’ vertelde hij. ‘Haar zoon was ziek, dus was ze de hele week thuisgebleven. Maar ze zei dat ze toch één keer ondeugend was geweest.'

Victoria had gekeesd met een man op wie ze al een eind een oogje had. Maar nu moest ze niets meer van hem hebben.
'Dat komt door zijn blik,' zei Frank. 'Hij keek Vic op zo'n akelige manier aan. Ze dacht dat hij gewoon gek wou doen. Maar hij bleef zo kijken, zelfs tijdens de daad. Vreselijk eng.'

Victoria verzweeg haar avontuurtjes voor haar man. Wat hij zoal uithaalde, wilde ze ook niet weten.
'Ik heb een vriendin die ik goed bij haar man vond passen,' zei Frank. 'Een dame van in de vijftig, struis, veel klasse. Ze woont alleen in een groot huis, dat veel onderhoud vergt. Vics man is handig, dus heb ik hem erop af gestuurd. Ze gingen flikflooien. Maar na een eind begon zij hem op te eisen. Ze vond het wel wat, zo'n jongere man. Toen was het hem teveel.'

Denkt u hierbij aan een statig huis in Amsterdam Oud-Zuid (de struise dame), een coffeeshop aan de grachten (Frank), en een appartement op het Spui (Victoria), brengt u dit alles samen onder een titel in de trant van 'Overspel in Amsterdam' en voilà, u hebt een boeketreeksroman.
Maar binnen dit genre heb ik weinig ambitie.

Het verhaal is uit het leven gegrepen. Ik ving het op in een café in Amsterdam, maar het zou zich om het even waar kunnen afspelen. In de Bar des Boulistes, hier een kilometer vandaan, kan ik ook verhalen over ondeugende ploetermoeders uit de lucht plukken. In Provençaalse settings dan wel: een laboratorium van een maître-parfumeur in Grasse, de superjacht van een steenrijke Rus in Cannes of, in dit seizoen, een kwekerij van viooltjes in Tourettes-sur-Loup.

Misschien moet ik het toch maar een keer proberen, zo'n roman in de boeketreeks.


Om privacy-redenen zijn alle namen gefingeerd.

dinsdag 2 februari 2010

Verscheurd



Door de stijlexercitie van vorige week heb ik u nog niet verteld hoe de visite verlopen is. U herinnert zich misschien dat de Buitenlandse Vriendinnen Met De Flexibele Uurroosters kwamen koffiedrinken. Ik dacht aan hun bezoek toen ik dit weekend de rozen knipte die ik van hen had ontvangen en daarna De Gast van de Mexicaanse auteur Guadalupe Nettel opensloeg.

Guadalupe Nettel geeft het woord aan Ana, een jonge vrouw in Mexico-Stad. Ana denkt dat haar lichaam wordt bewoond door een gast, die een kwade rol speelt in haar leven. Zo acht zij hem verantwoordelijk voor de dood van haar broertje Diego. De roman begint zo:
Ik heb altijd van verhalen gehouden waarin een of andere vorm van gespletenheid voorkomt, van die verhalen waarin er plotseling een alien uit iemands maag springt of een Siamees broertje op iemands rug groeit.
Hoewel de Buitenlandse Vriendinnen Met De Flexibele Uurroosters geen siamese tweelingzussen op hun rug hebben, noch marsmannetjes in hun buik, dacht ik bij deze zin aan hen.

Om klokslag half tien stonden ze voor de deur.
A. en S. hadden hun kinderen naar school gebracht en waren alleen gekomen. G., in een vorig leven lobbyiste mensenrechten bij het Britse parlement, droeg haar baby op de arm, en D., die voor de kost yachts verhuurt, had haar zoon van vier mee, die bronchitis had.
We zaten in de woonkamer en dronken cappuccino. Er ontsponnen zich meerdere conversaties, in het Engels.

'Ik ben zo moe,' zei G.
'Ik ben ongerust,' zei S.
'Ik ben verdikt,' zei D.

'Vertel.' A. en ik knikten uitnodigend in het rond.

G. lachte naar haar baby; hij begon luid te kraaien. 'Al acht maanden heb ik geen seconde tijd voor mezelf,' zei ze. 'Ik ben kapot.'
'T. heeft achterstand op school,' zei S. 'We hebben deze week een internationale school bezocht. Daar kan hij zich misschien beter ontplooien.'
'Ken je het?' vroeg D. terwijl ze een punt citroencake afsneed. 'Teveel chocolade gegeten met kerst.'

'Ik mis mijn werk.' G. spreidde een dekentje uit op de vloer en legde de baby erop. Hij spartelde blij met zijn beentjes. 'Het is een competitieve sector. Als je er enkele jaren uit bent, mag je het vergeten.'
'Zo'n school is wel peperduur,' zei S. 'Zevenhonderd euro per maand.'
'Ik moet dringend beginnen sporten,' zei D.

'Pas op.' G. 'Ik ben graag voortdurend bij de kinderen. Het idee dat ik niet weet waarmee ze bezig zijn?' Ze zette grote ogen op schudde haar hoofd driftig. 'Niks voor mij.'
'We denken er nog even over na,' zei S. 'Ondertussen probeer ik T. te stimuleren. We zijn al twee weken plaatjes aan het kleuren.'
D. schoof een stuk chocoladetaart op haar bord. 'Zou de sportschool naast de bakker in de vallei goed zijn?' vroeg ze.

We dronken nog een cappuccino.
Het was kwart na elf toen de Buitenlandse Vriendinnen Met De Flexibele Uurroosters vertrokken. Glimlachend, maar ook een beetje verscheurd.

Hoe De Gast verdergaat, vraagt u?
Dat leest u op woensdag in Uitgelezen, de boekenbijlage van De Morgen.

maandag 1 februari 2010

Ville Internet



Donderdag lag het zesmaandelijks magazine van de gemeente in de bus. Dat leverde een avond vermaak op voor het ganse gezin.
De zonen snoven de geur van het glanzende papier op en speurden op de foto's van de Yoseikan-club en het schoolkerstfeest naar kameraden. Triomfantelijk kwamen ze aanlopen met een groepsportret van de bejaardenvereniging waarop ze twee buurvrouwen hadden herkend, en snelden dan weer naar de sofa om de foto van de bevroren dorpsfontein aan een onderzoek te onderwerpen.

Toen de kinderen sliepen, zagen P. en ik onze kans. Op mijn tenen liep ik naar de slaapkamer en pikte het magazine op. In wederzijds overleg hadden de zonen het tijdschrift een plaatsje gegeven tussen hun twee bedden.
We zegen neer op de bank voor het haardvuur en begonnen gretig te bladeren. We hebben geen televisie, ziet u. Er waren maar liefst 47 pagina's nieuws. We vernamen niet alleen dat er tussen juli en december vierentwintig geboortes in het dorp hadden plaatsgevonden, dat er twee leden van het gemeentepersoneel op pensioen waren gegaan en dat op 13 juni het feest van de Transhumance wordt gevierd, maar ook dat ons dorp nu het label "Ville Internet" draagt.
Dat een gemeente met een van de laatste bevolkingsdichtheden van Frankrijk zich "ville" kan noemen, ontgaat mij maar soit, er komt Wifi op het centrale dorpsplein, en dat rechtvaardigt "Ville Internet". P. keek verzaligd voor zich uit. Hij zag het al voor zich: een zonnige zaterdagmorgen, un petit café op het dorpsplein, MacBook open.

Ook ik bleef niet op mijn honger zitten. Onze bibliotheek kreeg er een etage bij en boeken reserveren zou binnenkort online kunnen gebeuren. Maar wat mij nog meer mocht verheugen, was de ontdekking van Gilbert Madelain Basso, "Ecrivain local".
Basso, las ik, woont al dertig jaar in het kanton en is gespecialiseerd in historische romans over het leven in de Provence. In 1996 kreeg hij zelfs de "Grand prix du roman Nostradamus" voor Les Pétrousquins de la terre endormie, ondertiteld Amour, jalousie, superstition en Provence. Het verhaal speelt zich af in het begin van de vijftiende eeuw, wanneer de Provence verarmd is door de pest en de Honderdjarige Oorlog. Basso doet het relaas van een groep inwijkelingen die zich er vestigen in de hoop het land dat al tachtig jaar onbewerkt is, opnieuw vruchtbaar te maken.
Wil u deze illustere Provençaalse schrijver leren kennen, dan zal u naar het zuiden moeten afzakken. Basso wordt namelijk exclusief verkocht in de presse-tabacs van ons kanton. Het is veel gevraagd, maar uw moeite wordt hoogstwaarschijnlijk beloond. Want, zo staat geschreven, Monsieur Basso réserve à ses lecteurs le meilleur accueil au cours de ses nombreuses séances de dédicace.

Dit jaar wordt het zesde boek van monsieur Basso verwacht. Misschien wordt het een eigentijds verhaal. Dat zou niets te laat komen nu zijn dorp een "Ville Internet" is.