-Het gaat gebeuren, zei ik aan mijn man. Vanaf nu begint het grote wachten.
-Ga naar de kapper, antwoordde hij. En houd je beste kleren klaar.
-En de kinderen, zei ik, de kinderen moeten in bad.
-Neem ze maar mee naar de kapper. Voor de zekerheid.
-Goed.
-Hebben we nog tijd om het huis schoon te maken?
-Normaal gezien wel. Het begint pas op 3 juli.
-Oef, zei mijn man.
-Zeg wel, zei ik. Alles moet piekfijn zijn.
-Gelukkig is het gras gegroeid. Ik ga bijzaaien op de kale plekken. De kans is groot dat het daar binnen twee weken dan ook groen is.
-Misschien moet ik de ramen wassen, zei ik.
-Echt?
-Kijk dan.
-Slechter dan nu kan het niet worden, zei hij. Maar probeer het met krant. Met krant lukt het.
-Oké.
-Waar ga je zitten? vroeg hij. Niet aan je werktafel?
-Ik dacht aan de sofa, zei ik. De witte. Ik ga in de hoek zitten met mijn benen over elkaar.
-Niet slecht, zei mijn man.
-Nee.
-Wat gaat gebeuren, denk je?
-Er is veel mogelijk. Alles kan gebeuren.
-Eigenlijk wel.
-Misschien niet direct. Misschien pas na een week. Of een maand. Maar ik ga de moed niet opgeven. Ik kan wachten.
-Als je denkt aan de telefoons die je kan krijgen? De contracten die binnenstromen? De televisie die misschien op reportage komt?
-Is het niet om gek van te worden?
-Weet je wat? Voor de gelegenheid trek ik mijn trouwpak aan. Als ik er nog in pas. Wat vind je daarvan?
-Prachtig.
-Welk verhaal is het eigenlijk?
-Porselein.
-Porselein?
-Dat verhaal over die zussen. Het kerstmaal.
-Een kerstverhaal? Publiceren ze dat nu?
-Dat doet er toch niet toe.
-Hoe heet het tijdschrift ook weer?
-De Revisor.
-Wanneer verschijnt het?
-Drie juli.
-Drie juli? Zorg dat de batterij van je mobiel opgeladen is. En dat de vaste telefoon in de lader zit.
-Natuurlijk.
-We moeten niet vergeten om een pijl te zetten.
-Een pijl?
-Een pijl aan het begin van de straat.
-Waarom?
-Voor de bezoekers. De gps vindt onze straat toch nooit?
-Goed gezien van je, zei ik.
-Ja, zei mijn man. Zonder pijl zouden we wel eens heel lang kunnen wachten.
