Niet de schrijver, de lezer moet fantasie hebben.
(Harry Mulisch)

woensdag 23 juli 2014

Duistere delicatessen uit Colombia

In Colombia wordt Evelio Rosero aanzien als een van de grootste stilisten van de huidige generatie schrijvers. Zijn vroege verhalen, nu in bundelvorm verschenen, ontstellen en intrigeren.

Een man maakt een sprong en komt niet meer op de grond terecht. Iemand heeft zoveel honger dat hij bij de aanblik van zijn lege voorraadkast de lakens en het venster begint op te peuzelen. Een ander belt naar huis en hoort zichzelf de telefoon opnemen. De situaties die Evelio Rosero (°1958) in 34 zeer korte verhalen en een vogelkat beschrijft, zijn bevreemdend en een tikje obscuur. Gevaren loeren altijd om de hoek. De man die springt zweeft steeds hoger de hemel in. Het personage dat eet heeft een werkelijk oneindige honger en de man die zichzelf aan de lijn heeft, tja, die krijgt zijn verbazing zwaar te bekopen. 

Rosero komt weg met de meest onwaarschijnlijke scenario’s en heeft daar weinig woorden voor nodig. Invloeden van Jorge Luis Borges en Julio Cortázar, de grootmeesters van het fantastische korte verhaal, schemeren her en der in zijn proza door. Soms gaat hij volledig de surreële toer op, andere keren laat hij gaandeweg de grenzen tussen werkelijkheid en droom vervagen. In De ene dood bijvoorbeeld wordt een schrijver bedreigd door een ongeschreven personage. Vertoeven we in het hoofd van de schrijver en zien we zijn angstbeelden of is de man echt in gevaar? Rosero heeft maar negen regels nodig om onze hersenen rondjes te laten draaien.
Ook als hij zich aan de realiteit houdt, zet hij zijn lezers graag op het verkeerde been. Zo blijkt de vrome zuster uit De zittende non helemaal niet zo onschuldig als hij ons aanvankelijk laat vermoeden.

De besliste toon en de geslepen stijl van deze verhalen wijzen op een grote maturiteit. Toch was Rosero nog piepjong toen hij ze schreef. Vorig jaar werden de zkv’s (waarvan sommige vier tot vijf bladzijden lang zijn) gebundeld, maar oorspronkelijk verschenen ze tussen 1978 en 1981 in Colombiaanse dagbladen en magazines. Sindsdien heeft Rosero uiteenlopende literaire genres beproefd, van poëzie tot kinderverhalen. Het zijn z’n romans die hem literaire roem hebben gebracht. In 2007 brak hij internationaal door met De vertrapten.
Een bundel om zuinig mee om te springen. Hem in één ruk uitlezen zou zonde zijn.
In Colombia staat hij bekend als een van de grootste stilisten van de huidige generatie. Deze vroege verhalen getuigen al van een hoog ontwikkeld taalgevoel. Rosero schrijft gebald, helder en beeldend. Soms leunt zijn proza tegen de poëzie aan. 
34 zeer korte verhalen en een vogelkat is een bundel om zuinig mee om te springen, niet omdat overdaad schaadt, maar omdat alles in één ruk uitlezen zonde is.


34 zeer korte verhalen en een vogelkat, Evelio Rosero.
Vertaling: Henk van Driel en Luc de Rooy. Karaat, 104 p.
Deze recensie verscheen op 23 juli in De Morgen.


woensdag 2 juli 2014

Dwingelandij in een Argentijns hoofd

Patricio Pron groeide op tijdens de Vuile Oorlog. In een gedurfde roman laat hij voelen hoe de jaren van angst en onderdrukking zijn generatie hebben getekend.

Wanneer Patricio Pron (°1975) in 2000 naar Europa verhuist, heeft hij meer dan één doel voor ogen. Hij gaat doctoreren én komaf maken met zijn jeugd in Argentinië, toen de militaire junta het land terroriseerde en moorden en verdwijningen dagelijkse kost waren. Pron strijkt neer in Duitsland waar hij een doctorstitel haalt in de Romaanse filologie. Later vestigt hij zich in Madrid. Terwijl hij romans en verhalenbundels schrijft en ook als journalist en vertaler werkt, verdringt hij zijn herinneringen – een oefening die uitmondt in bezoeken aan de psychiater en een dagelijks gebruik van angstremmers en antidepressiva.

Verkeerd bezig

Pas in 2008, als hij eindelijk weer Argentijnse bodem betreedt omdat zijn vader op sterven ligt, ziet hij in dat hij verkeerd bezig is. In zijn thuisland schijnt alles hem nieuw toe. Maar is dat echt zo of speelt zijn door de psychofarmaca beproefde geheugen hem parten? Zijn vader komt hem haast als een onbekende voor. Wie is hij? Hoe heeft hij geleefd?
Pron stuit in z’n ouderlijk huis op een map recente krantenartikelen over een raadselachtige verdwijning. Het gaat om een zekere Burdisso, een bewoner van de stad waar Prons vader opgroeide. Terwijl hij de documenten inkijkt, wellen herinneringen en schrikbeelden uit z’n jeugd op. Alleen het verleden kan hem dichterbij zijn vader brengen, beseft hij. Erover schrijven wordt een noodzaak. 
De ziel van mijn vader klimt omhoog in de regen is geen rechttoe rechtaan verslag, maar een merkwaardige verzameling van mijmeringen, dromen en feiten. De foute nummering van de hoofdstukjes lijkt een afspiegeling van Prons gebrekkige geheugen.

Wat zijn familie is overkomen, vergelijkt hij met een auto-ongeluk: “Iets had onze weg gekruist en onze auto was een paar keer over de kop geslagen en van de weg geraakt, en nu liepen wij doelloos en verdwaasd door de velden (…). Achter ons lag een auto op zijn kop in de berm van een landweggetje, met bloedvlekken op de stoelen en op het gras, maar niemand van ons wilde zich omdraaien en achteromkijken.”

Als lezer voelen we de urgentie die Pron drijft. Hoewel hij in de epiloog specificeert dat het boek wel degelijk fictie is, houdt hij zich angstvallig aan de feiten. Zo neemt hij talloze krantenartikelen over de zaak Burdisso in het boek op. Die saaie, stuntelig geschreven teksten leiden niet tot sterke fictie.
Het wordt interessanter als Pron de verdwijning op zijn vader betrekt en een verband legt met de verdwijning van Burdisso’s zus tijdens de militaire dictatuur. Pron komt te weten dat zijn ouders actief waren in het verzet en ziet in hoezeer hun strijd uit de jaren zeventig zijn eigen leven nog steeds kleurt.

Toptalent

In 2010 werd de jonge Argentijn door Granta uitgeroepen als een van de 22 beste Spaanstalige schrijvers onder 35 jaar. Net als de Chileen Alejandro Zambra die ook in de Grantalijst is opgenomen sluit hij zich aan bij een nieuwe garde Latijns-Amerikaanse auteurs die opgroeiden tijdens dictatoriale regimes en proberen te achterhalen hoe hun identiteit daardoor is bepaald.
Zijn verhaal ademt onzekerheid, angst en pijn uit, maar ook aanvaarding en de vastbeslotenheid verder te gaan met de last van het verleden.

De ziel van mijn vader klimt omhoog in de regen, Patricio Pron. Vertaling: Arieke Kroes.
Meulenhoff, 206 p. 
Deze recensie verscheen op 2 juli in De Morgen.


woensdag 11 juni 2014

In het hoofd van een verliefde man

Bijna twee decennia na de veelgeprezen roman De opdracht (1995) laat Wessel te Gussinklo opnieuw van zich horen met een bezwerende monologue intérieure van een aan lager wal geraakte man die een onmogelijke liefde in stand probeert te houden.

Wander is eenendertig en woont in een tochtige plankenhut op twintig kilometer van de stad. Drank, drugs, hoeren… hij heeft het allemaal gekend, maar sinds een jaar heeft hij het slechte leven afgezworen om een roman te schrijven, zijn laatste kans om het te maken. Maar als de negentienjarige Hannah, een keurig en ernstig meisje uit de villawijken, zijn pad kruist, wordt hij fataal verliefd. Hij krijgt geen letter meer op papier en kan alleen nog aan haar denken, al heeft de relatie minieme slaagkansen.

Kort samengevat klinkt Zeer helder licht niet bijzonder, maar dat is het net wél. De brille van deze roman ligt niet in het onderwerp, maar in de manier waarop Wessel te Gussinklo (1941) het verhaal vertelt, als één lange monologue intérieure waarbij observaties, gedachten, flarden dialoog en gevoelens elkaar in een flitsend tempo afwisselen. Aanvankelijk  is die rechtstreekse inkijk in het (chaotische) hoofd van het personage verwarrend en de eerste twintig bladzijden vergen voor sommigen wellicht moeite, maar daarna krijgt Wanders vertelling iets bezwerends. Te Gussinklo trekt ons de belevingswereld van het personage in en maakt ons vertrouwd met z’n angsten en onzekerheden. Wander heeft misschien nog niet veel van zijn leven terechtgebracht, maar geestelijk is hij wel zeer actief, en door z’n gevoeligheid en observatievermogen is hij een ongemeen boeiend personage.

Te Gussinklo, die zelf heeft gewerkt als psychotherapeut, heeft ook veel oog voor de psychologie van de nevenpersonages, bijvoorbeeld de goedmoedige, immer zwetende Berend, Wanders beste vriend die immer klaarstaat om hem op te vangen en te complimenteren, maar ten slotte zijn geduld verliest, wat paradoxaal genoeg Wanders redding zal blijken
Meer dan het verhaal van Wander is  een verhaal over wat de liefde met ieder van ons kan doen. “Samen ben je dan de mensheid, het leven, de werkelijkheid,  en ben je thuis in de wereld, niet meer ontheemd.  (…) God, joh, ik weet het niet precies, het zijn maar woorden maar zo voelt het aan. Alsof je twee keer zo scherp ziet, twee keer zo sterk bent, alsof je er armen en benen bij krijgt…”

Zeer helder licht is de derde roman van Te Gussinklo na De verboden tuin (1986) en De opdracht (1995). Hopelijk hoeven we niet weer een decennium te wachten voor hij een nieuwe roman publiceert. Een verademing is het, dit proza.

Zeer helder licht, Wessel te Gussinklo. Koppernik, 240 p. 
Deze recensie verscheen op 4 juni in De Morgen.