Niet de schrijver, de lezer moet fantasie hebben.
(Harry Mulisch)

donderdag 3 januari 2013

De Top Drie (18) van


Peter Jacobs (1964) is journalist van De Standaard en redacteur van De Standaard der Letteren. Hij is de (co)auteur van reisverhalen als Langzaam door Frankrijk (over de legendarische route nationale 7 naar de Côte d’Azur) en Grenzeloos (over een reis langs het IJzeren Gordijn). In 2012 publiceerde hij de bloemlezing Een tijdreis door België, met reisverhalen van beroemde en vergeten schrijvers over België (o.a. Hugo, Dumas, Thackeray, Stevenson, Zweig, Rilke).

Nr 1.

Ik heb intens genoten van Man met blauwe sjaal (Walewein), omdat het zo'n origineel intiem boek is. Gedurende 250 uur van zijn leven was de Britse kunstcriticus Martin Gayford een bevoorrecht man. Hij mocht in 2003 en 2004 voor schilder Lucian Freud poseren. Het resultaat van die intense periode van wisselwerking, een portret waarop Gayford een opvallende blauwe sjaal draagt, hangt intussen bij een privéverzamelaar in Californië aan de wand, maar het verhaal achter het schilderij ligt nu voor iedereen in de boekhandel. Het portret, en het portret van het portret: het doek dat Freud maakte en het boek over the making of dat Gayford schreef. Er zouden meer van dat soort boeken moeten zijn. Stel je voor dat de postbode van Van Gogh zijn bedenkingen over zijn portret had opgeschreven…

Nr 2.

Erwin Mortier leverde in 2012 alweer een pareltje van een vertaling af. Met Dagboek zonder data (De Bezige Bij) van Enid Bagnold rondde hij zijn trilogie van ‘verpleegstersmemoires' van de Eerste Wereldoorlog af. Die documenten van een zeldzame intensiteit, met literaire kwaliteiten, moedig geschreven vanuit een verrassend standpunt dienden oorspronkelijk als inspiratiebronnen voor Mortiers roman Godenslaap. Hopelijk verdrinken ze niet in de orgie van oorlogsboeken die ons in 2013 en 2014 te wachten staat. Bagnolds associatieve datumloze dagboek van 1918 is zonder twijfel, in vorm en stijl, literair het meest geslaagde van het trio, dat voorts bestaat uit Verboden gebied van Mary Borden en Het kielzog van de oorlog van Ellen N. La Motte. De heroïek van de strijd is hier ver te zoeken; het onderbelichte leven meteen achter het front, komt dichtbij. Wreed en zacht.

Nr 3.

De Duitse romanschrijfster Karen Duve was een adept van kant-en-klare maaltijden. Tot ze het eeuwige gezeur van een vriendin over haar eetgewoonten en hun effecten op het milieu beu was en op onderzoek ging naar de minst schadelijke levensstijl. Ze deed het grondig. De eerste twee maanden at ze uitsluitend biologisch, dan werd ze twee maanden vegetariër en daarna leefde ze twee maanden veganistisch, waarbij geen enkel dierlijk product toegelaten is. Tot slot was ze twee maanden fruitariër, waarbij ze enkel de rijpe vruchten van planten at. Op een heel persoonlijke manier, ferm en toch kwetsbaar, vertelt Duve in Fatsoenlijk eten (Cossee) vlot en fris over haar zoektocht, over haar conclusies en haar blijvende twijfels en zwakten. Dit is geen sectair pamflet van een milieu- of een dierenactivist, maar na Dieren eten van Jonathan Safran Foer alweer een ongewoon pleidooi voor duurzaamheid. Een boek dat overtuigt.

woensdag 2 januari 2013

De Top Drie (17) van


Delphine Lecompte (1978) debuteerde in 2004 in het Engels met de roman Kittens in the boiler, daarna schakelde ze over naar dichten in haar moedertaal. Haar debuutbundel, De dieren in mij, viel twee keer in de prijzen: de C. Buddingh’-prijs 2010 en de Prijs voor Letterkunde van de Provincie West-Vlaanderen 2011. Haar tweede dichtbundel Verzonnen Prooi verscheen bij De Contrabas. In 2012 verscheen haar derde gedichtenbundel, Blinde gedichten, die genomineerd werd voor de Herman de Coninckprijs. Haar vierde dichtbundel Schachten en amuletten wordt eind januari 2013 door De Bezige Bij Antwerpen gelanceerd.

Nr 3.

Lolita, Vladimir Nabokov.
Eindelijk Lolita verslonden!! Ik had de films al gezien natuurlijk; de goede film (Stanley Kubrick) toen ik elf en geen 'nymphet' was, en de slechte film (Adrian Lyne) toen ik zestien en nog niet pervers was. Ik was met veel vijandigheid en korzeligheid aan de roman begonnen, vastbesloten om Humbert Humbert te haten, maar halverwege pagina 23 ben ik overstag gegaan. En ik heb bijna gehuild toen Lolita op het einde haar prepuberale lieflijkheid kwijtraakte aan een verbeeldingsloze hillbilly die nooit zoveel van haar zal houden als Humbert Humbert...  



Nr 2.

Herrezen uit de as van de Languedoc. Rara over welk enfant sauvage spreek ik? Over René Puthaar uiteraard! Het Wilde Kind heb ik in een middag verscheurd. En opnieuw gelezen. Telkens hardop, in mijn keuken. Het vuur brandde niet en ik was verkleed. René moet evenwel de tweede plaats delen met Mijn naam is Legioen van de charismatische en magistrale Menno Wigman, wiens bundel ik prevelend in mijn douchecel heb gelezen. Het water liep niet en ik was gegrimeerd.



Nr 1.

Het is niet De Bijbel geworden. Noch de dichtbundel in eigen beheer van de laatste touwslager van Adinkerke. Het is ook niet mijn zakwoordenboek Nederlands-Afrikaans, Afrikaans-Nederlands. En het is net niet, amper niet mijn grote zeevogelencyclopedie geworden...
De oude kruisboogschutter vraagt: 'Is het De Pest?' (Nee, lieve Omer. En laat me nu verder lezen) Mijn derde ex-stiefvader vraagt: 'Is het alles van Philip Roth?' (Nee, helaas niet)
De schuldbemiddelaar van mijn derde ex-stiefvader vraagt: 'Is het bijna alles van de nobelprijswinnaar voor de literatuur van het jaar 1984?' (Had gekund. Bijna alles had gekund)
De bipolaire windhondenfokker Fons vraagt: 'Is het een vroege roman van Reve?' (Nee, nee)
De neurotische boomchirurg zonder naam vraagt: 'Is het een late roman van Hugo Claus?' (Oh, ik bloos)
De leverzieke onderwaterlasser Dylan genaamd vraagt: 'Zijn het de sprookjes van Grimm waarin spinsters voorkomen?' (Nee, brutale vlegel!)
George de rabiate sponzenverkoper vraagt: 'Is het je eigen dichtbundel? Je laatste??' (Hmm)
De gierige dermatoloog van mijn moeder verzucht: 'Ik wed dat het opnieuw Alice in Wonderland is...' (Bijna)
En mijn moeder zelf zegt: 'Ik weet zeker dat het Kaas is!' (Mama toch! Ken je me maar zo goed?!) Maar het antwoord? Waar blijft het antwoord?? Het antwoord is de winnaar is Meneer Cogito, de enige man die nooit mijn nachtkastje verlaat. Bedankt en slaapwel, Zbigniew Herbert! 

dinsdag 1 januari 2013

De Top Drie (16) van


Renaud de Queyrolle doute parfois de sa propre existence. Néanmoins, il pense pouvoir dire être né il y a plus d'un demi siècle. Il a connu tous les continents, les ayant habités pour raisons professionelles, de père en fils. Il aime Woody Allen, la cuisine italienne, le marché aux puces, le jazz vocal féminin. Il adore Paris, mais une partie de lui rève d'une vie simple à la campagne.

Nr 1.

Nous avons fort heureusement une excellente émission dédiée aux livres, La Grande Librairie (le jeudi vers 20.30h, sur France 5) qui souvent influence mes choix de lecture. Ainsi , j’ai découvert cette année Les Pays, roman de Marie-Hélène Lafon, dont on connait L’annonce, publié en 2009. Le roman raconte la ‘montée’ à Paris de Claire, fille de paysans ancrés en campagne, au Cantal. Le dépaysement, l’adoption progressive de cet univers tellement different y sont racontés dans un style superbe où chaque mot est pesé. La visite du vieux paysan à sa fille à Paris -il troque la fourche à foin pour la fourchette en argent, si vous me permettez l'expression- est une merveille. On se l'imagine, essayant de lancer la conversation dans un wagon de métro parmi les voyageurs impassibles. Un livre à savourer, chaque phrase donne du plaisir.

Nr 2.

Un classique que je n’avais plus relu depuis mes 16 ans: Zazie dans le Métro, de Raymond Queneau. L’héroine du roman est une enfant terrible à la découverte de Paris et en quète de vérité. En fait, Zazie ne verra jamais le métro, qui est en grève, mais on ne s’en plaint pas: les aventures invraisemblables, les conversations qui dérivent, le néo-français , tout ça m’a fait bien rire.

Nr 3.

Dans un tout autre régistre, j’ai lu avec beaucoup de plaisir l’ouvrage de Dirk Van der Cruysse, Le noble désir de courir le monde. Le sous-titre, Voyager en Asie au XXVII° siècle, cadre l’ambition de l’auteur dans une fourchette précise. Le livre est une mine d’informations sur les voyageurs explorateurs, leurs motivations, les moyens de transport, leurs découvertes, la politique et les religions, et tout ce que l’on peut imaginer, le tout bien ordonné par sujet en vingt chapitres. Admirablement écrit, un livre passionnant .