Niet de schrijver, de lezer moet fantasie hebben.
(Harry Mulisch)

vrijdag 3 mei 2013

Recensentenkwesties


Twee weken geleden was de eik in de tuin nog een kaal takkenwerk, maar toen we zaterdag van vakantie thuiskwamen had hij een transformatie ondergaan. Al van ver zagen we de kruin, vol en licht hing hij als een Polaroidgroene wolk boven de straat. We minderden vaart en openden de ramen en toen we onder de boom door reden, hoorden we de jonge bladeren ritselen en frutselen. Ik stond zoals elk jaar weer versteld over het mirakel van de natuur en dat gevoel verhevigde toen ik de tuin inliep, door het opgeschoten gras dat vol stond met klavers en bloemen en zo sappig en groen oogde dat ik de aandrang voelde op handen en voeten te zakken en mijn tanden in de malse scheuten te zetten. 

De ijskast was leeg, op een bakje champignons in dubieuze toestand en enkele sausflessen na, en het middaguur was verstreken. Na een overnachting in de Bourgognestreek waren we vroeg vertrokken. Bij wijze van ontbijt had ik chocoladekoeken en croissants gekocht in de boulangerie van Juliénas. Vaak zijn croissants te droog of te vettig of te weinig gelaagd, maar deze waren perfect, heus, die kleine bakkerij in Juliénas verdient een omweg als u in de buurt zou zijn en van croissants houdt, ik durf zelfs te stellen dat deze Bourgondische bakker kans zou maken op de titel “beste croissantbakker van Frankrijk” als zoiets bestond. 

In een knisperende papieren zak met omgeslagen oortjes lagen ze op mijn knieën toen we door de natte wijngaarden naar de autosnelweg reden, en af en toe kwam er van de achterbank een verzoek, waarna ik mijn hand in de zak liet, een lekkernij bovenhaalde en over mijn schouder doorgaf naar achteren, waar het uitzonderlijk stil bleef zolang de voorraad strekte, zodat ik rustig kon lezen in Dimanches d’août van Patrick Modiano, gevonden in Troyes in een boekhandel met de bekoorlijke naam Les passeurs de textes, overigens ook een omweg waard als u de autosnelweg Dijon-Lyon neemt. 

Dreiging, mysterie en melancholie typeren deze roman. De (onbenoemde) verteller loopt door het centrum van Nice en ziet een oude kennis terug, Villecourt. Ze gaan iets drinken. Uit de conversatie blijkt dat een zekere Sylvia hen verbindt, een vrouw waar ze in de verleden tijd over praten. ‘s anderendaags wil de verteller Villecourt opzoeken, maar hij is in rook opgelost. 
Met mondjesmaat onthult Modiano het verleden, hoe de verteller en Sylvia in Nice aankomen met La Croix du Sud, een grote diamant die Sylvia om de hals draagt, hoe ze zich verschuilen in een povere gehuurde kamer, hoe ze kennismaken met de elegante Virgin en Barbara Neal die hen uitnodigen in hun vervallen villa, hoe ze ontdekken dat Villecourt hen achtervolgt. 
Niet alle raadsels worden opgelost, maar Modiano laat zijn lezers naar hartenlust vermoeden en geeft hen zin om het boek te herlezen om tot nieuwe inzichten te komen maar ook voor de mooie, melancholieke sfeer. 

Een toevallige ontdekking was het niet, niet deze keer. In Les passeurs de textes had ik de Modianoplank niet opgezocht als ik in België niet naar een literaire avond was gegaan van De Morgen en Confituur, een kleurrijk verbond van onafhankelijke boekhandels. Alle recensenten van de boekenbijlage waren present. Ik kende de meesten van naam en van lezen, maar ik wist niet wie wie was, dus circuleerde ik met mijn glas champagne tussen de groepjes door en probeerde schrijfstijlen in verband te brengen met gelaatsuitdrukkingen of houdingen, tot ik uiteindelijk twee recensenten herkende. We begonnen te praten over recensentenkwesties, over auteurs, Amsterdam en Frankrijk, het gesprek was nog aan de gang toen de laatste gasten vertrokken en het feestje werd opgedoekt, en toen ik nadien langs Koekelberg Brussel uitreed besloot ik Modiano te lezen omdat daar met bevlogenheid was over verteld. 

Het oeuvre van Modiano telt tot nu toe zevenentwintig boeken waarvan de boekhandelaar in Troyes een groot aantal voorradig had, maar ik koos Dimanches d’août omdat het zich hier afspeelt, in deze streek die na twaalf jaar meer de mijne is geworden dan België. Zo de mijne, dacht ik toen ik zaterdag thuiskwam en hongerig naar het hoge, jonge gras keek, dat ik de fijne literaire scene van de lage landen zelden mis. 

Dimanches d’août, Folio, 186 p.

Geen opmerkingen: